Installatie
Koeling aan achterzijde (boven- en onderafdekkingen)
De koellucht vanuit het backchannel kan naar buiten
worden geleid, zodat de warmte van het backchannel niet
in de regelkamer wordt afgevoerd.
Voor deze behuizing zijn een of meer deurventilatoren
2
2
nodig om de warmte af te voeren die niet via het
backchannel van de frequentieomvormer gaat, evenals
extra verliezen afkomstig van andere componenten in de
behuizing. De totale benodigde luchtstroom moet worden
berekend om de juiste ventilatoren te kunnen selecteren.
Luchtstroom
Er moet worden gezorgd voor de nodige luchtstroom over
het koellichaam. De luchtstroomsnelheid wordt
aangegeven in Tabel 2.2.
De ventilator kan om de volgende redenen werken:
•
AMA
•
DC-houd
•
Voormagn
•
DC-rem
•
60% van nominale stroom is overschreden
•
Specifieke temperatuur koellichaam overschreden
(afhankelijk van vermogensklasse)
•
Specifieke omgevingstemperatuur voedingskaart
overschreden (afhankelijk van vermogensklasse)
•
Specifieke omgevingstemperatuur stuurkaart
overschreden
Frame
Deurventilator/ventilator
bovenzijde
D1h/D3h 102 m³/u (60 CFM)
D2h/D4h 204 m³/u (120 CFM)
Tabel 2.2 Luchtstroom
2.3.2 Hijsen
Hijs de frequentieomvormer altijd op met behulp van de
aanwezige hijsogen. Maak gebruik van een stang om te
voorkomen dat de hijsogen verbogen raken.
VOORZICHTIG
De hoek tussen de bovenzijde van de frequentieomvormer
en de hijskabels moet minimaal 60° bedragen.
10
VLT® Automation Drive D-Frame
Bedieningshandleiding
Ventilator koellichaam
420 m³/u (250 CFM)
840 m³/u (500 CFM)
®
MG34U210 – VLT
is een gedeponeerd handelsmerk van Danfoss
Afbeelding 2.1 Aanbevolen hijsmethode
2.3.3 Wandmontage – IP 21 (NEMA 1) en IP
54 (NEMA 12) eenheden
Houd bij het selecteren van de uiteindelijke installatie-
locatie rekening met de volgende punten:
•
Vrije ruimte in verband met koeling
•
Ruimte om de deur te kunnen openen
•
Kabeldoorvoer vanaf de onderzijde