Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Sonar Fishfinding Problemen - Navman Datahelm 8120 Installatie- En Bedieningshandleiding

Inhoudsopgave

Advertenties

B-4 Sonar fishfinding problemen
4-1 Het instrument functioneert niet goed:
a Controleer of er niets aan de transducer
is blijven hangen (bijv. zeewier of een
plastic zak).
b De transducer kan tijdens het te water
laten of aan de grond lopen of onderweg
door wrakhout etc. beschadigd zijn.
Indien er iets met de transducer is
gebeurd, dan kan het verschoven zijn op
de bevestigingsbeugel. Indien er geen
beschadigingen zijn, plaats de transducer
dan weer in de originele positie. (Zie de
Installatiegids Spiegeltransducer.)
c Wanneer de transducer minder dan 0,6 m
(2 vt) van de bodem verwijderd is, kunnen
dieptebepalingen inconsistent en foutief
worden.
d Handmatige toename kan te laag zijn, wat
een zwakke bodemecho of gebrek aan
vissignalen kan veroorzaken. Probeer om
op Handmatige toename, de toename aan
te passen.
e Verzekert u zich ervan dat het achterste
deel van de onderkant van de transducer
lager is dan de voorkant en dat de
voorkant zich zo diep mogelijk in het
water bevindt, om ervoor te zorgen dat
cavitatie zo weinig mogelijk belletjes
veroorzaakt. (Zie de Installatiegids
Spiegeltransducers)
f Controleer of de transducer en de
stroomkabelconnectors aan de
achterkant van het beeldscherm op hun
plaats zitten en dat de sluitmoeren stevig
aangedraaid zijn. De sluitmoer dient stevig
te zijn aangedraaid voor een waterdichte
verbinding.
g Inspecteer de stroomkabel van het
ene tot het andere eind op schade,
zoals inkepingen, breuken, beknelde of
vastzittende stukken.
h Verzeker uzelf ervan dat er geen
andere fishfinder of diepte-sounder is
ingeschakeld, die interfereert met dit
instrument.
94
i Elektrische ruis van de motor van de boot
of een accessoire kan interfereren met de
transducer(s) en/of het instrument. Dit
kan er voor zorgen dat het instrument
automatisch de Toename aanpast, tenzij
Handmatige toename wordt gebruikt.
Het instrument elimineert zo zwakkere
signalen, zoals vis of zelfs de bodem,
van het beeldscherm. Dit kan
worden gecontroleerd door andere
instrumenten, accessoires (bijv.
ruimpomp) en de motor uit te schakelen
totdat men weet wat de storing
veroorzaakt. Probeer om problemen
met elektrische storing te verhelpen, het
volgende:
- leg de stroom- en transducerkabel(s)
aan uit de buurt van andere elektrische
bedrading aan boord.
- leg de stroomkabel van het
beeldscherm direct naar de accu, met
een zekering in de leiding.
4-2 Bodem wordt niet weergegeven:
a Misschien is Handmatig bereik
geselecteerd op het instrument en ligt
de bodem buiten het bereik van de
geselecteerde diepte. Verander het
instrument naar Autobereik of selecteer
een ander dieptebereik (zie paragraaf
9-5).
b De diepte kan buiten het bereik van
het instrument liggen. In Autobereik
zal het beeldscherm "--,-" weergeven
om aan te geven dat er geen bodem
wordt waargenomen. De bodem zou
weergegeven dienen te worden indien
ondieper water wordt bereikt.
4-3 Weergave van de bodem is te ver
bovenin het scherm:
Het instrument kan ingesteld zijn op
Handmatig bereik en de geselecteerde
Bereikwaarde is te hoog voor de diepte.
Verander het instrument naar Autobereik
of selecteer een ander dieptebereik (zie
paragraaf 9-5).
8120 Installatie- en bedieningshandleiding

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave