10. Plaats de computerbehuizing terug (zie
11. Sluit uw computer en apparaten aan op het lichtnet en zet ze vervolgens aan.
12. Zie
De computer configureren na het verwijderen of installeren van een PCI- of PCI Express-kaart
De computer configureren na het verwijderen of installeren van een PCI- of PCI
Express-kaart
OPMERKING:
Raadpleeg de installatiehandleiding voor meer informatie over de locaties van externe connectoren. Raadpleeg de documentatie die bij de
kaart werd geleverd voor meer informatie over het installeren van stuurprogramma's en software voor de kaart.
Geïnstalleerd
Geluidskaart
1. Open System Setup
(zie
System Setup
openen).
2. Ga naar Onboard
Audio Controller
(geïntegreerde
audiocontroller) en
wijzig de instelling in
Disabled
(uitgeschakeld).
3. Sluit de externe
audioapparaten aan
op de connectoren
van de geluidskaart.
Netwerkkaart
1. Open System Setup
(zie
System Setup
openen).
2. Ga naar Onboard
LAN Controller
(geïntegreerde LAN-
controller)en wijzig
de instelling in
Disabled
(uitgeschakeld).
3. Sluit de stekker van
de netwerkkabel aan
op de connector voor
de netwerkkabel.
Terug naar inhoudsopgave
De computerbehuizing
terugplaatsen).
Verwijderd
1. Open System Setup (zie
System Setup
openen).
2. Ga naar Onboard Audio
Controller
(geïntegreerde
audiocontroller) en wijzig
de instelling in Enabled
(ingeschakeld).
3. Sluit de externe
audioapparaten aan op
de connectoren op het
achterpaneel van de
computer.
1. Open System Setup (zie
System Setup
openen).
2. Ga naar Onboard LAN
Controller
(geïntegreerde LAN-
ocontroller)en wijzig de
instelling in Enabled
(ingeschakeld).
3. Sluit de stekker van de
netwerkkabel aan op de
ingebouwde
netwerkaansluiting.
voor informatie over het voltooien van de installatie.