Bediening
6
Bediening
De volgende bedieningselementen bevinden zich op het voorpaneel om het afzuigsysteem te regelen en de status weer
te geven:
6.1
Bedieningspaneel
DRUKKNOP MET DRAAIFUNCTIE
De draaifunctie van de drukknop wordt gebruikt om de SOLL-volumestroom in te stellen. De schaal is gemarkeerd met
min/max (0 - 100%).
DRUKKNOP
Het bedieningselement hee drie functies:
Druk > 0,5 sec. op de aan-uitknop van het afzuigsysteem.
•
–
Als het afzuigsysteem op afstand werd gestart via de externe ingang (SUB-D), kan deze ook weer worden
uitgeschakeld via de drukknop.
Alarmbevestiging. Als een signaal afgaat in geval van een foutmelding, kan dit worden bevestigd door kort te
•
drukken.
Reset voor actieve kool en kalibratie van fijnfilter
•
–
Houd de drukknop na het inschakelen 5 seconden ingedrukt. Laat de knop los na de pieptoon. De
filterkalibratie begint.
Weergave apparaatstatus knippert groen + weergave filterstatus knippert geel tijdens gebruik
•
Als de filterkalibratie voltooid is knippert de weergave apparaatstatus groen en knippert de weergave
•
filterstatus geel. Het afzuigsysteem stopt de turbines, schakelt over naar de ruststand en gee één pieptoon.
–
Houd de drukknop 10 seconden ingedrukt wanneer het apparaat is ingeschakeld - Reset de timer van actieve
kool.
Weergave apparaatstatus knippert 2x groen + weergave filterstatus knippert 2x kort blauw + kort
•
geluidssignaal als timer wordt gereset.
WEERGAVE APPARAATSTATUS
Dient als display voor de machinestatus:
20
❶
Drukknop (aan-uitknop) met draaifunctie
(voor het instellen van de volumestroom)
❷
Weergave apparaatstatus
❸
Weergave filterstatus