3.1.2
Montage van de terminal BCT20
AANWIJZING
De terminal moet in het zicht en binnen handbereik van de bestuurder worden gemonteerd,
zodat hij goed leesbaar en bedienbaar is. De terminal mag daarbij niet het zicht op de
bedieningsapparaten van de tractor en het zicht naar buiten belemmeren.
Bij de montage van de terminal (Afb. 3 / pos. 1) moet als volgt te werk worden gegaan:
Kies een geschikte positie in de tractorcabine waar u de terminal
(Afb. 3 / pos. 1) wilt bevestigen.
Draai de oogschroef (Afb. 3 / pos. 4) op de apparaathouder (Afb. 3 /
pos. 3) aan de achterkant van de terminal (Afb. 3 / pos. 1) los.
Breng de stang (Afb. 3 / pos. 2) door beide gaten van de
apparaathouder (Afb. 3 / pos. 3) (de stang is niet meegeleverd,
ø22mm).
Als de terminal (Afb. 3 / pos. 1) bij het verschuiven in botsing komt
met de stang (Afb. 3 / pos. 2), moet de positie van de
apparaathouder (Afb. 3 / pos. 3) op de terminal (Afb. 3 / pos. 1)
worden aangepast. Hiervoor de moeren (Afb. 3 / pos. 5) losdraaien,
de terminal (Afb. 3 / pos. 1) verschuiven en de moeren (Afb. 3 / pos.
5) weer vastdraaien.
Positioneer de terminal (Afb. 3 / pos. 1) op de gewenste hoogte. Let
er daarbij op dat de stang (Afb. 3 / pos. 2) minimaal 2 cm boven uit
de apparaathouder (Afb. 3 / pos. 3) moet steken.
Fixeer de terminal (Afb. 3 / pos. 1) door het vastdraaien van de
oogschroef (Afb. 3 / pos. 4) op de stang (Afb. 3 / pos. 2).
AANWIJZING
Let erop dat alle schroeven vast worden aangedraaid en dat de positie van de terminal niet kan
veranderen.
Afb. 3: Montage
- 13 -
Bediening
5
201803 nl
1
4
3
2