3. Om
een
nette
aansluiting
op
de
dakpannen te krijgen,
kan met een haakse
slijptol de vorm van de
dakhaak uit de dakpan
worden geslepen.
5. Plaats
de
andere
dakpannen terug.
Plaatsen montagerail
1. Plaats de hamerkopbout
met borgmoer bij de
buitenste dakhaken.
3. Roteer
het
montageprofi el om het
rotatiegedeelte van de
dakhaak. Zorg ervoor
dat de profi elen links en
rechts in één lijn liggen.
Plaatsen koppelprofi el
1. Plaats
indien
noodzakelijk
het
koppelprofi el
in
het
montageprofi el
dmv
h a m e r k o p b o u t e n
en
borgmoeren.
Twee hamerkopbouten
per
koppelprofi el
voldoende.
3. Draai de borgmoeren
aan zodat het profi el
niet meer kan roteren
of verschuiven.
is
4. Schuif de dakhaak om
het lage gedeelte van
de pan + panlat.
2. Plaats
daarna
het
montageprofi el
tegen
de
dakhaken
aan.
Montageprofi el maximaal
200 mm voorbij de laatste
dakhaak plaatsen.
4. Draai de borgmoer aan,
de hamerkopbout vast
zodat het profi el niet
meer van de dakhaak
kan roteren of schuiven.
2. Roteer het koppelprofi el
om het montageprofi el.
V6.0
13