e_kb494.book Page 124 Wednesday, February 3, 2010 10:30 AM
De belichting instellen (Belichtingscorrectie)
U kunt de algehele helderheid van de opname aanpassen.
Met deze functie kunt u opzettelijk over- of onderbelichte opnamen
maken.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Belicht. corr.] met de vierwegbesturing
(23).
3
3
Selecteer de LW-waarde met
de vierwegbesturing (45).
Kies een positieve (+) waarde voor
lichte opnamen. Kies een negatieve
(-) waarde voor donkere opnamen.
U kunt een belichtingscorrectiewaarde
kiezen tussen –2,0 en +2,0 LW in
stappen van 1/3 LW.
4
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
• Als het histogram wordt weergegeven in de opnamestand of
weergavestand, kunt u de belichting controleren (p.32).
• De belichtingscorrectiefunctie is niet beschikbaar in de stand
9 (Snelinstelling) of b (Autom. opname).
• Als u de instelling van de functie [Belicht. corr.] vaak wijzigt,
kunt u tijd besparen door deze functie toe te wijzen aan de knop
Snelinstelling (p.136).
De instelling van de belichtingscorrectiewaarde opslaan 1p.143
124
Opnemen
1/3
Resolutie
12
M
Witbalans
AWB
AF-instelling
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Auto
Belicht. corr.
0.0
Einde
MENU