Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

15� Bedrijfsmodus�Cyclische�Werking - schmersal SLC 421 Bedieningshandleiding

Veiligheidslichtgordijn
Inhoudsopgave

Advertenties

Bedieningshandleiding
Veiligheidslichtgordijn
E
R
R
E
geen�invloed
E
R
E
R
Beïnvloeding:�straalcodering�vereist!
•�� D e�straalcodering�verhoogt�de�veiligheid�en�vermijdt�bovendien�we-
derzijdse�beïnvloeding�van�naast�elkaar�staande�systemen
•�� D e�straalcodering�verhoogt�de�bestendigheid�tegen�optische�beïnvloe-
ding�(bijv�zonnelicht,�lasvonken)
•�� D e�straalcodering�A�wordt�aan�de�zender�en�de�ontvanger�permanent�
weergegeven�door�het�knipperen�van�de�LED's�(zie�LED�statusinfor-
matie)
De�reactietijd�van�het�systeem�met�straalcodering�A�wordt�
verhoogd�Hiertoe�moet�de�veiligheidsafstand�tot�de�ge-
vaarlijke�beweging�aangepast�worden�Zie�ook�hoofdstuk�
Reactietijd
2.15 Bedrijfsmodus cyclische werking
2�cycli�zijn�beschikbaar�Deze�kunnen�met�het�bedienorgaan�sleutelkeu-
zeschakelaar�(S1)�geparametreerd�worden
Correct gebruik
De�cyclische�functie�moet�gebruikt�worden�voor�machines�met�korte�
bewerkingstijden�De�functie�laat�een�automatisch�verloop�van�het�werk�
toe�door�het�cyclische�plaatsen�en�uitnemen�van�onderdelen�in�het�
veiligheidsveld�van�de�SLC�421
Het�automatische�verloop�wordt�tijdsgebonden�bewaakt�Daarom�kun-
nen�tot�2�werkstukken�(2�ingrepen�in�het�veiligheidsveld)�tegelijkertijd�
bewerkt�worden
De�functie�is�alleen�toegelaten�voor�het�hierboven�beschre-
ven�gebruik�Voor�andere�toepassingen�aanvaarden�wij�geen�
garantieclaims�Wij�aanvaarden�ook�geen�aansprakelijkheid�
als�de�onderstaande�montagevoorwaarden,�veiligheidsin-
structies�en�correcte�parameterinstelling�niet�nageleefd�wor-
den�In�enkele�landen�buiten�de�EU�is�de�cyclische�werking�
niet�toegelaten�als�bedrijfsmodus
Functiebeschrijving cyclische werking
De�ingrepen�van�de�operator�(N)�(1)�in�het�veiligheidsveld�worden�
tijdens�de�eerste�machinecyclus�niet�geëvalueerd�De�startvoorwaarde�
voor�de�eerste�cyclus�volgt�na�het�bedienen�van�de�startknop�(2)�en�de�
beide�ingrepen�van�de�operator�(3)�voor�de�werking�met�2�cycli�Door�
de�ingrepen�van�de�operator�worden�de�OSSD�uitgangen�(3)�vrijge-
schakeld�Nu�volgt�de�neerwaartse�beweging�van�de�machine�(gevaar-
lijke�machinebeweging)�Tijdens�de�gevaarlijke�arbeidscyclus�leiden�alle�
ingrepen�van�de�operator�tot�een�uitschakeling�van�de�uitgangen�Zodra�
de�gevaarlijke�beweging�van�de�machine�beëindigd�is,�wordt�het�machi-
necontact�(4)�geopend�en�worden�de�uitgangen�(4)�uitgeschakeld�De�
signaallengte�van�het�machinecontact�wordt�bewaakt�en�moet�minstens�
50�ms�aanwezig�zijn�De�navolgende�ingrepen�van�de�operator�(5)�
worden�bij�de�volgende�cycli�geteld�Het�juiste�aantal�ingrepen�van�de�
operator�(5)�start�een�nieuwe�arbeidscyclus,�waarbij�de�uitgangen�(6)�
opnieuw�vrijgeschakeld�worden�Het�machinecontact�(7)�beëindigt�de�
gevaarlijke�beweging�en�schakelt�de�OSSD�uitgangen�(7)�opnieuw�uit
8
Schema: 2-cyclus besturing
+24V
Veiligheids-
1
Schutzfeld
veld
N
2
Startknop
Starttaster
Machinecontact
Maschinenk.
AAN
EIN
OSSD's.
UIT
AUS
Machinecontact = signaalimpuls4 gevaarlijke beweging van de
machine is beëindigd
Machinecontact
Het�machinecontact�is�een�signaal�dat�door�de�machinebesturing�met�
de�SLC�421�verbonden�wordt�Dit�contact�wordt�voor�de�cyclusreset�
gebruikt�en�laat�onmiddellijke�ingrepen�in�het�veiligheidsveld�toe�Het�
signaal�wordt�in�de�besturing�van�de�SLC�421�geïntegreerd�met�de�
statusinformatie�"De�gevaarlijke�beweging�is�beëindigd!"
Het�signaal�wordt�bij�voorkeur�na�het�einde�van�de�neerwaartse�be-
weging�(UT)�volgens�het�schakelschema�ter�beschikking�gesteld,�als�
tijdens�de�opwaartse�beweging�geen�gevaarlijke�beweging�ontstaat
Het�machinecontact�volstaat�als�individueel�contact�Het�machinecon-
tact�heeft�een�tijdsduur�van�minstens�50�ms�en�maximum�1s�Wordt�
het�machinecontact�niet�binnen�het�tijdvenster�terug�gesloten�(AAN�
signaal),�wordt�geen�nieuwe�cyclus�gestart
Het�machinecontact�moet�via�een�aparte�kabel�(min�2-polig)�met�de�
SLC�421�verbonden�worden
Startvoorwaarden
Eerst�de�startknop�bedienen�en�vervolgens�de�operatoringrepen�uitvoe-
ren
De startvoorwaarde moet uitgevoerd worden:
�voor�de�eerste�machinecyclus�na�het�inschakelen�van�de�toevoerspan-
ning,
•�� F outieve�ingreep�in�het�veiligheidsveld,
•�� O verschrijding�van�de�cyclustijd,
•�� F outief�machinecontact�of�overschrijding�van�het�tijdvenster
Verdere�machinecycli�worden�uitsluitend�door�de�ingrepen�van�de�
operator�gestuurd
De�tijd�tussen�de�operatoringreep�en�het�bedienen�van�de�startknop�
mag�max�30�seconden�bedragen
Cyclustijd
De�cyclustijd�is�de�tijd�tussen�twee�opeenvolgende�cycli,�dwz�ingrepen�
in�het�veiligheidsveld�(inbrengen�en�uitnemen�van�materiaal)�De�cyc-
lustijd�wordt�gereset�door�het�bedienen�van�het�vrijgavebedienorgaan�of�
bij�de�start�van�een�nieuw�arbeidsproces�Bij�levering�is�een�tijd�van�30�
seconden�ingesteld
Operatoringrepen
De�ingrepen�van�de�operator�in�het�veiligheidsveld�worden�volgens�de�
instelling�geteld�en�tijdsgebonden�bewaakt�Om�onvoorziene�operato-
ringrepen�te�vermijden�moet�de�minimale�tijdsduur�van�100�ms�bij�een�
ingreep�in�het�veiligheidsveld�(straal�onderbroken�en�opnieuw�vrij)�in�
acht�genomen�worden
Parametrering met externe bedienorganen
De�flexibele�aanpassing�aan�diverse�cycli�van�de�machine�kan�gemak-
kelijk�gerealiseerd�worden�met�de�bedienorganen�of�met�de�bedieneen-
heid�BDT�01
NL
SLC 421
3
5
4
3
6
tz
tz
7
7
tz = 30 s

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave