Geheugenmodule(s) terugplaatsen
WAARSCHUWINGEN:
geplaatst, start de computer mogelijk niet op.
1 Volg de instructies in "Voordat u begint" op pagina 11.
2 Lijn de inkeping op de geheugenmodule uit met het lipje op de
geheugenmoduleconnector.
Schuif de geheugenmodule stevig in de sleuf onder een hoek van 45
graden en druk de geheugenmodule naar beneden totdat deze vastklikt.
Verwijder de geheugenmodule als u geen klik hoort en installeer deze
opnieuw.
3 Plaats de geheugenmodulekap op de afdekplaat van het moederbord en
schuif de geheugenmodulekap op zijn plaats.
4 Breng de achterplaat opnieuw aan. Zie "De achterplaat terugplaatsen" op
pagina 21.
WAARSCHUWINGEN:
terugplaatsen en vastzetten, en controleren of er geen losse schroeven in de
computer zijn achtergebleven. Als u dit niet doet, loopt u het risico dat de
computer beschadigd raakt.
5 Sluit de computer en alle aangesloten apparaten aan op het lichtnet en zet
ze aan.
6 Druk op <F1> om verder te gaan nadat de melding dat de
geheugencapaciteit is gewijzigd wordt weergegeven.
7 Meld u aan bij de computer.
Als u wilt controleren of het geheugen correct is geïnstalleerd, klikt u op
Start
→ Configuratiescherm→ Systeem en beveiliging→ Systeem.
Controleer de vermelde hoeveelheid geheugen (RAM).
Als de geheugenmodule niet op juiste wijze wordt
Voordat u de computer aanzet, moet u alle schroeven
Voordat u begint
33