5.1.3 Zelfinitialisering
In de fabriek is de pompregeling van de respectievelijk pomp in de RMF SC geinitialiseerd!
De volgende beschreven zelfintialisering is enkel uit te voeren indien een programma RESET uitgevoerd
werd, een nieuwe pomp of een nieuwe pompsturing werd geplaatst.
Bij
deze
zelfinitialisering
gebruiksparameters doorgenomen, die de basis van de toerentalregeling vormen.
Bevel
RESET
(Herstelling van de
grondinstellingen)
Starten van de
zelfinitialisering
1.) Automatische pompvulling door de bijvulbak met drinkwater (zie punt 7.1) in het geval de pomp voor
de eerste maal in gebruik genomen wordt.
2.) Ontluchtingskraan en drukafsluitingskraan sluiten.
3.) In het geval dat de LED-manometer een druk > 3 bar toont, moet de druk worden afgelaten met de
ontluchtingskraan tot de de druk < 3 bar wordt. Drukafsluitkraan sluiten.
4.) Drukken om de zelfinitialisering te starten. Na ca. een minuut (gezamelijk drukbereik van de pomp
wordt doorlopen) is de initialisering afgesloten. De LED segmentweergave licht volledig op van 0 tot
10 bar en de pomp stopt (LED "minimum debiet" brandt).
5.) De zelfinitialisering is afgesloten en de verdere ingebruikname (zie punt 7.2) volgt. De vooringestelde
werkdruk van 3 bar kan nu, indien nodig in stappen van 0,5 bar aangepast worden door het drukken
van de
of
de druk vastgelegd.
6.) De instelparameter F2 (zie punt 5.1.4) voor de stroomcontrole moet nog overeenstemmend worden
gemaakt met de respectievelijke pompstroomopname.
worden
de
karakteristieke
Toetscombinatie
&
tot de LED segmentweergave eenmaal volledig uit pinkt.
drukken na de RESET
toets. ( Indien de LED segmentweergave niet meer knippert, is de waarde van
14
stroomwaarden
gelijktijdig ingedrukt houden gedurende 5 seconden
bij
de
verschillende