13.4
uitvoeren metingen
Onder "Diep" in het "MEET MENU" van de penetrologger verschijnt " - - - " (terwijl de snelheidsindicator soms
wel signalen afgeeft).
Dit betekent dat de dieptemeting verstoord is doordat de uitgezonden ultrasone signalen niet goed terug ont-
vangen worden. Beëindig de meting zonder het resultaat op te slaan. Bij de volgende meting:
Controleer of de penetrologger verticaal wordt gehouden (maximale afwijking: 3,5°).
Ga met de rug naar de wind staan tijdens de meting, controleer of er tijdens de meting niet een kledingstuk
of iets dergelijks tussen de ultrasone sensor en de dieptereferentieplaat terecht komt.
Controleer of de dieptereferentieplaat horizontaal op de grond ligt.
Controleer of er vocht op de sensor zit dat de meting beïnvloedt. Wanneer de penetrologger van een koele
naar een warme ruimte verplaatst wordt (en omgekeerd), kan zich condens op de ultrasone sensor van de
penetrologger vormen, wat de dieptemeting kan verstoren. Laat de penetrologger een tijdje acclimatiseren,
zodat de condens verdwijnt.
De meting wordt voortijdig afgebroken
omdat de penetrologger te snel of te
langzaam omlaag is gedrukt. Druk sneller
indien de snelheidsindicator (links in het
scherm) omhoog uitslaat. Druk langza-
mer indien de snelheidsindicator omlaag
uitslaat.
Tijdens het meten kan de conus niet
verder de grond in worden gedrukt. Dit
kan gebeuren doordat de conus op een
harde, ondoordringbare laag stuit, zoals
een grindrijke, stenige of puinhoudende
bodemlaag. De meting kan dan niet
worden vervolgd. Indien de oorzaak een
stuggere bodemlaag is, gebruik dan een
kleiner conus-type.
Tijdens het meten wordt een lage, onnauwkeurige indringingsweerstand gemeten omdat de conus met weinig
kracht in de slappe grond gedrukt kan worden. Gebruik een groter conus-type.
Interne GPS ontvangt geen signalen: er bevinden zich storende objecten in de buurt van de meting, hierdoor
geen ontvangst van satelietsignalen: selecteer een andere meetplek.
13.5
PenetroViewer
Het lukt niet een grafische weergave van de plotresultaten af te drukken. Zorg dat de printerresolutie op maxi-
maal 300 dpi (dots per inch) ingesteld is.
De grafische afdruk wordt afgesneden aan de rand van het papier. Print de gegevens met een spreadsheetpro-
gramma uit.
13.6
Dieptekalibratie penetrologger in het veld
Om een "diepte kalibratie" voor uw penetrologger uit te voeren dient u de volgende stappen te volgen.
1.
Plaats de sondeerstang 8 mm (06.15.10) met de conus 1 cm
2.
Zet de penetrologger AAN
3.
Druk op [MENU] om naar het hoofd menu te gaan
4.
Druk op [SET] en het Systeem set menu verschijnt
5.
Kies KALIBRATIE met de pijltjestoetsen en druk op [OK]
2
in de sondeerstangbevestiging
28