8.3.4
8.3.4.1
Hidrostal AG
16. Alle veerringen (2) terugplaatsen.
17. Alle zeskantmoeren (1) monteren en volgens Aanhaalmoment voor
ingevette schroefdraad [➙ 45] aanhalen.
18. Controleren of de waaier vrij kan draaien.
Olie controleren
Doel van de oliecontrole
De oliekamer vormt een barrière tussen de pompkamer enerzijds en de
aandrijfeenheid anderzijds. Ze beschermt de aandrijfeenheid tegen het
binnendringen van medium.
De olie geeft restwarmte van de aandrijfeenheid af aan het medium en
draagt op die manier bij aan de koeling van de pomp.
De oliekamer is telkens met een glijringdichting afgedicht van de
pompkamer en de aandrijfeenheid.
Als "dynamische dichting" dicht een glijringdichting NIET perfect af, de
lekkage van een intacte glijringdichting is echter gering.
Door slijtage tijdens het gebruik, vooral bij het opvoeren van schurende
media, wordt de lekkage van de glijringdichting naar de pompkamer groter
en dringt er meer medium in de oliekamer binnen.
Als de pomp met een vochtsonde uitgerust is en deze door de besturing
correct uitgelezen wordt, dan wordt bij het bovenmatig binnendringen van
medium in de oliekamer tijdig een alarm gegeven. Op die manier kan de
pomp buiten gebruik genomen en gerepareerd worden voordat dit leidt tot
een dure beschadiging van de aandrijfeenheid.
Als
▪ de pomp NIET is uitgerust met een vochtsonde, of
▪ de vochtsonde NIET door de sturing van de installatie uitgelezen wordt,
of
▪ een niet-geleidend medium opgevoerd wordt, of
▪ als er twijfel bestaat over de correcte werking van de vochtsonde of
diens uitlezing,
Onderhoud
Onderhoudswerkzaamheden
2
1
8
53