Instelling 5
Signalering zonder overloop
Oproepen naar de geprogrammeerde ISDN nummers worden gesignaleerd op de poort
waarmee het gekozen ISDN nummers correspondeert. Als de poort bezet is, wordt het
bezetsignaal gegeven.
Deze instelling programmeren als twee verschillende apparaten op de ISDN Moduvox 2a
zijn aangesloten, bijvoorbeeld een fax en een telefoontoestel.
Indien er slechts een ISDN nummer (1 of 2) is geprogrammeerd dan wordt dit nummer voor
poort 1 en 2 gebruikt. Na controle of het nummer correct wordt dit verzonden door de
ISDN centrale. Indien er twee ISDN nummers zijn geprogrammeerd dan wordt voor poort 1
ISDN nummer 1 en voor poort 2 ISDN nummer 2 gebruikt. Na controle of het nummer
correct wordt dit verzonden door de ISDN centrale.
Let op
Indien slechts een ISDN nummer is geprogrammeerd voor poort 1 of 2 dan zullen oproepen
naar niet geprogrammeerde ISDN nummers gesignaleerd worden op de poort waar geen
ISDN nummer voor is geprogrammeerd. Voor uitgaande oproepen word in dit geval voor
poort 1 en 2 altijd het geprogrammeerde ISDN nummer verzonden naar de centrale.
Instelling 6
Signalering met overloop
Oproepen naar de vastgelegde ISDN nummers worden gesignaleerd op de poort waarmee
het gekozen ISDN nummer correspondeert. Als deze poort bezet is, wordt de oproep
automatisch op de andere poort gesignaleerd indien deze niet bezet is.
Deze instelling programmeren als twee dezelfde apparaten op de ISDN Moduvox 2a zijn
aangesloten die elk apart opgeroepen worden, terwijl in voorkomende gevallen de
overloop voorkomt dat er oproepen verloren gaan.
Indien er slechts een ISDN nummer (1 of 2) is geprogrammeerd dan wordt dit nummer voor
poort 1 en 2 gebruikt. Na controle of het nummer correct wordt dit verzonden door de
ISDN centrale. Indien er twee ISDN nummers zijn geprogrammeerd dan wordt voor poort 1
ISDN nummer 1 en voor poort 2 ISDN nummer 2 gebruikt. Na controle of het nummer
correct wordt dit verzonden door de ISDN centrale.
Let op
Indien slechts een ISDN nummer is geprogrammeerd voor poort 1 of 2 dan zullen oproepen
naar niet geprogrammeerde ISDN nummers gesignaleerd worden op de poort waar geen
ISDN nummer voor is geprogrammeerd indien de poort met het geprogrammeerde ISDN
nummer bezet is. Voor uitgaande oproepen word in dit geval voor poort 1 en 2 altijd het
geprogrammeerde ISDN nummer verzonden naar de centrale.