7
In bedrijf nemen
Regelaar-
Instelling voor
positie
0
40
Vloerverwarming Gewenste keteltemperatuur in °C.
75 – 90 Radiatoren
90
Convectoren
Aut
Vloerverwarming
Radiatoren
Convectoren
Tabel 14 Instellingen op de draaischakelaar voor maximale keteltempe-
ratuur
7.4.3 Bij regeling afhankelijk van de kamertemperatuur en vorst-
gevaar
▶ Radiatorkranen van die radiatoren waarvoor mogelijk
vorstgevaar bestaat open draaien.
Nalooptijd van de pomp op 24 uur instellen, wanneer de CV-installatie
afhankelijk van de omgevingstemperatuur wordt geregeld en er vorstge-
vaar bestaat voor onderdelen van de CV-installatie die buiten het bereik
van de kamerthermostaat vallen (bijv. radiatoren in de garage).
▶ "reset"-toets 2 x drukken, totdat [f/\/1| in de display verschijnt om de
nalooptijd van de pomp in het instelmenu te wijzigen.
drukken, totdat op de display [f/1/d| (24 uur) in de display
d
▶ Toets
verschijnt.
e
▶ Toets
drukken om het instelmenu te beëindigen.
7.4.4 Warmwaterbedrijf in/uit-schakelen
Wanneer [c/\/0| wordt ingesteld, is de vorstbeveiliging
van een eventueel aanwezige boiler uitgeschakeld.
3 x drukken, totdat [c/\/1| in de display wordt getoond, om
e
▶ Toets
het warmwaterbedrijf in het instelmenu in- of uit te schakelen.
drukken om [c/\/1| (warmwaterbedrijf ingeschakeld) te be-
d
▶ Toets
vestigen.
▶ "reset"-toets drukken voor [c/\/0| (warmwaterbedrijf uitgeschakeld).
e
▶ Toets
drukken om het instelmenu te beëindigen.
7.4.5 Streefwaarde van het warme water aangeven
▶ Met de draaischakelaar voor warmwaterstreefwaarde
te temperatuur voor het warme water in de boiler selecteren.
Regelaar-
positie
0
Geen warmwatervoorziening (alleen verwarming).
ECO
Bij een duidelijke daling van de temperatuur wordt het
warme water opgewarmd tot 60 °C. Hierdoor wordt het
aantal branderstarts gereduceerd en energie bespaard.
Het water kan in het begin wel wat kouder zijn.
1)
30 – 60
De streefwaarde voor het warme water wordt op het be-
dieningspaneel van de bedieningseenheid vast ingesteld
en kan met een kamerthermostaat niet worden gewijzigd.
Tabel 15 Instellingen op de draaischakelaar voor warmwaterstreefwaar-
de
30
Verklaring
Verwarming is uitgeschakeld (evt. al-
leen warmwaterbedrijf).
De temperatuur wordt met een kamer-
thermostaat (bijv. Logamatic RC35,
RC200 of RC300) automatisch via de
stooklijn bepaald. Wanneer geen kamer-
thermostaat is aangesloten, geldt 82°C
als maximale keteltemperatuur.
S
de gewens-
Verklaring
Regelaar-
positie
2)
Aut
De temperatuur wordt ingesteld op de thermostaat (bij-
voorbeeld Logamatic RC35, RC200 of RC300). Indien er
geen thermostaat is aangesloten, bedraagt de maximale
warmwatertemperatuur 60°C.
Tabel 15 Instellingen op de draaischakelaar voor warmwaterstreefwaar-
de
1) Om een goed warmwatercomfort en een laag energieverbruik te waarborgen
wordt de warmwatertemperatuur bij Logamax plus GB162-25/30 T40 S V3 door
de branderautomaat UBA 3.5 automatisch met 4°C verhoogd.
2) Bij Logamax plus GB162-25/30 T40 S V3 is de max. warmwatertemperatuur
60ºC.
Bij de Logamax plus GB162-25/30 T40 S V3 is geen
"Eenmalige opwarming" van het warme water mogelijk
(instelling van het regeltoestel, bijv. RC35, RC200 of
RC300). In verlagingsbedrijf warmwater wordt de con-
densatieketel afhankelijk van de vraag geschakeld.
7.4.6 Thermische desinfectie
GEVAAR: door legionella.
▶ Voor de bescherming tegen legionella wordt verwe-
zen naar het DVGW werkblad W551
( hoofdstuk 3.1, pagina 14).
De thermische desinfectietemperatuur wordt op de thermostaat, bijv.
Logamatic RC35, RC200 of RC300 tussen 60 °C en 80 °C ingesteld.
Bij de Logamax plus GB162-25/30 T40 S V3 ligt de waarde tussen
60 ºC en 70 ºC. De basisinstelling is 70 °C.
7.5
Functietesten
▶ Bij de inbedrijfstelling en bij de jaarlijkse inspectie moeten alle regel-,
besturings- en veiligheidsinrichtingen op hun goede werking en, voor
zover ze ontregeld kunnen worden, op hun correcte instelling gecon-
troleerd worden.
▶ Gas- en waterzijdige dichtheid controleren ( hoofdstuk 7.3.6).
7.6
Afsluitende werkzaamheden
▶ Mantel van de condensatieketel en de boiler monteren
( hoofdstuk 4.8.2, pagina 17).
▶ Na het uitvoeren van de werkzaamheden het inbedrijfstellingsproto-
col invullen ( hoofdstuk 7.8, pagina 31).
7.7
Gebruiker informeren, technische documentatie
overhandigen
▶ Klant over de werking en bediening van de condensatieketel informe-
ren.
▶ De gebruiker is verantwoordelijk voor de veiligheid en de milieuvrien-
delijke werking van de CV-installatie (plaatselijke bepalingen van het
betreffende land).
▶ De gebruiker erop wijzen, dat hijzelf geen wijzigingen of reparaties
mag uitvoeren.
▶ Onderhoud en herstellingen mogen alleen door de dienst na verkoop
My Service uitgevoerd worden.
▶ Er mogen alleen originele onderdelen worden gemonteerd.
▶ Wanneer andere combinaties, toebehoren en reserve-onderdelen
kunnen worden gebruikt, mogen deze enkel dan worden gebruikt,
wanneer ze voor de toepassing bestemd zijn en noch prestaties, noch
veiligheidseisen beïnvloeden.
▶ Bevestig de inbedrijfstelling in het protocol (hoofdstuk 7.8).
▶ Alle technische documentatie aan de gebruiker overhandigen.
Logamax plus GB162-15/25/35/45 en GB162-25/30 T10/T40 S – 6 720 807 880 (2013/05)
Verklaring