U kunt door gebruiker gedefinieerde referentiepunten opgeven.
Door gebruiker gedefinieerde referentiepunten worden gebruikt als u wilt dat de taak op een vaste positie
op de tafel (Rx) gepositioneerd wordt, maar niet op het Hoofdreferentiepunt (R).
Het Paneelreferentiepunt is een speciale versie van een door gebruiker gedefinieerd referentiepunt.
1
Positioneer de Laseraanwijzer op de positie waar u het Paneelreferentiepunt wilt.
2
Druk op de knop Reference Point instellen op het Bedieningspaneel.
Het Paneelreferentiepunt wordt ingesteld op de huidige Positie van de laseraanwijzer.
Kongsberg XN
Gebruiksaanwijzing
55 |