NL
3. Zorg voor voldoende ruimte rond het
apparaat, zodat de lucht er vrij kan circuleren
(Afbeelding 2).
• Bevestig het luchtdeksel aan de achterkant
van uw koelkast om de afstand tussen de
koelkast en de muur te bepalen (Afbeelding 3)
4. Het apparaat moet op een egaal oppervlak
worden geplaatst. De twee voorste voetjes
kunnen naar wens worden aangepast. Draai
ze met of tegen de richting van de klok, totdat
ze veilig en stevig de grond raken en het
apparaat goed recht staat. Het juist afstellen
van de voetjes voorkomt overdreven trillingen
en lawaai (Afbeelding 4).
5. Raadpleeg het hoofdstuk "Schoonmaak en
onderhoud" om uw apparaat klaar te maken
voor gebruik.
Uw apparaat leren kennen
(Afbeelding 1)
1 - Lage temperatuur vak
2 - Thermostaat en lampkast
3 - Aanpasbare schappen in de kast
4 - Afvoerkanaal dooiwater - afvoerpijp
5 - Deksel van de groentelade
6 - Groentelade
7 - Verstelbare voetjes
8 - Schap voor glazen potten
9 - Flessenhouder
Suggesties voor rangschikking van
etenswaren in het apparaat
Richtlijnen voor optimale opslagruimte en
hygiëne:
1. Het koelkastgedeelte dient voor het
bewaren van verse etenswaren en dranken.
2. Het lage temperatuur vak is
gekwalificeerd en is geschikt voor het
invriezen en bewaren van diepvriesproducten.
De aanbeveling voor
vermeld op de verpakking van de
diepvriesproducten, moet altijd in acht worden
genomen.
3. Bereide gerechten moeten in luchtdichte
bakken worden bewaard.
bewaring, zoals
3
Gebruiksaanwijzing
4. Verse, verpakte producten mogen op de
schappen worden bewaard. Vers fruit en
groeten moeten worden schoongemaakt en
worden bewaard in de groentelade.
5. Flessen kunnen in het deurvak worden
bewaard.
6. Rauw vlees verpakt u in een plastic zakje in
en bewaart u op het onderste schap. Zorg
ervoor dat het niet in contact komt met
bereide etenswaren, zodat besmetting wordt
vermeden. Bewaar rauw vlees uit
veiligheidsoogpunt niet langer dan twee of
drie dagen.
7. Voor een maximale efficiëntie mogen de
verwijderbare schappen niet worden afgedekt
met papier of andere materialen, zodat de
koele lucht er vrij rond kan circuleren.
8. Bewaar geen plantaardige olie in de
deurvakken. Bewaar etenswaren verpakt,
ingepakt of bedekt. Laat warm eten en warme
drank eerst afkoelen, voordat u deze in de
koelkast plaatst. Restanten van ingeblikte
etenswaren mogen niet in het blik worden
bewaard.
9. Koolzuurhoudende drank mag niet worden
ingevroren en producten zoals ijslolly's mogen
niet te koud worden gegeten.
10. Sommige stukken fruit en groenten gaan
rotten wanneer ze worden bewaard bij
temperaturen rond 0°C. Verpak daarom
ananassen, meloenen, komkommers,
tomaten en soortgelijke producten in plastic
zakjes.
11. Sterk alcoholische drank moet rechtop
worden bewaard in nauw gesloten bakken.
Bewaar nooit producten met een ontvlambaar
drijfgas (bijv. slagroombussen, spuitbussen,
enz.) of met explosieve bestanddelen. Zij
vormen ontploffingsgevaar.