58
De computer voorbereiden
Voordat u de computer verplaatst, sluit en vergrendelt u het scherm om het in
de Standby-stand te plaatsen. U kunt de computer nu veilig binnen het gebouw
verplaatsen. Om de Standby-stand uit te schakelen, klapt u het beeldscherm
omhoog, verschuift u de stroomschakelaar en drukt u vervolgens op de aan/
uitknop.
Als u de computer wilt meenemen naar het kantoor van een klant of naar een
ander gebouw, kunt u overwegen de computer uit te schakelen:
Klik op Start, en klik vervolgens op Afsluiten.
Of:
Plaats de computer in de Standby-stand door op <Fn> + <F4> te drukken. Sluit
en vergrendel daarna het scherm.
Als u de computer weer wilt gebruiken, ontgrendelt en opent u het scherm en
drukt u snel op de aan/uit knop.
Opmerking: Als het lampje van de Standby-stand niet brandt, is de
Slaapstand geactiveerd en is de computer uitgeschakeld. Als het
stroomlampje niet brandt, maar wel het lampje van de Standby-
stand, dan is de Standby-stand ingeschakeld. In beide gevallen
drukt u kort op de aan/uit knop om de computer weer aan te
zetten. De Slaapstand kan worden geactiveerd nadat de computer
een bepaalde periode in de Standby-stand heeft gestaan.
Wat u moet meenemen naar vergaderingen
Als de vergadering relatief kort is, hoeft u waarschijnlijk niets anders mee te
nemen dan uw computer. Als de vergadering langer duurt, of als de accu niet
volledig is opgeladen, kunt u de adapter meenemen om de computer in de
vergaderruimte van stroom te voorzien.
Als in de vergaderruimte geen stopcontact aanwezig is, bespaart u energie
door de computer in de Standby-stand te plaatsen. Druk op <Fn> + <F4> of sluit
het beeldscherm wanneer u de computer niet actief gebruikt. Om opnieuw op
te starten klapt u het scherm omhoog (indien dicht), verschuift u de
stroomschakelaar en druk vervolgens op de aan/uitknop.