NLEIDING Deze brandmeldcentrale is ontworpen en gefabriceerd in overeenstemming met de EN54-2 en EN54-4 1997-normen. Dit is een gedetailleerde handleiding voor het correcte gebruik van het systeem. We raden aan om de handleiding zorgvuldig te bestuderen voordat u het toestel in gebruik neemt, om mogelijke problemen en ongevallen te voorkomen.
ET FRONTPANEEL 2.1 Overzicht van het frontpaneel 14. Stop zoemertoets / LED Navigatie- en Enter- ( ) toetsen 15. Signaalgevers stop toets / LED Alfanumeriek toetsenbord 16. Evacuatietoets / LED Menu afsluiten 17. Herstel-toets Wisseltoets 18. Signaalgevers aan-toets / LED Sleuven voor taalkaarten 19.
2.2 Functies van het toetsenbord 2.2.1 Toetsen De belangrijkste toetsen op de centrale zijn: Toets Beschrijving Signaalgevers aan Activeert alle signaalgevers. Signaalgevers uit Schakelt het geluid van alle signaalgevers uit. Stop zoemer Stopt de interne zoemer terwijl een gebeurtenis of storing wordt onderzocht.
Toets Beschrijving Storing voeding De brandmeldcentrale wordt niet naar behoren gevoed als gevolg van de uitval van de netspanning of een accuprobleem. Storing signaalgever / Er is een probleem bij een (of meer) signaalgeveruitgangen of Signaalgever uit deze is uitgeschakeld. Storing systeem Er is een storing in de brandmeldcentrale.
ET GEBRUIKERSMENU 3.1 Inleiding en toegang tot het menu De instructies in dit hoofdstuk hebben betrekking op niveau 2. Zie sectie 2.3 Toegangsniveaus en wachtwoorden. De LCD bevat 4 informatieregels van elk 40 tekens. Het menu is als volgt opgebouwd: [HOOFDMENU] [# Exit] 1.
3.2.2 Test Hiermee kunnen de indicatie-LED's en het scherm worden getest. Kies in het Hoofdmenu de optie Test. De volgende opties worden weergegeven: LED: Als deze optie wordt geselecteerd, verschijnt de boodschap Controle LED's en de brandmeldcentrale schakelt de indicatie-LED's één voor één aan om te controleren of deze allemaal goed werken.
Pagina 11
Klik in het Hoofdmenu op Uitschakelen om een onderdeel uit te schakelen. Het volgende menu wordt weergegeven: [UITSCHAKELEN] [# Exit] 1. Zone 4. Vertraagde modus 2. Element 5. Relais / Signaalgevers 3. Toetsenbord De volgende procedures zijn zowel van toepassing op het inschakelen als op het uitschakelen van functies van het systeem.
3.2.4.2 Elementen Alle elementen van de installatie kunnen afzonderlijk worden ingeschakeld of uitgeschakeld. Selecteer Element in het menu Uitschakelen. Het systeem vraagt om het nummer van de lus en het adres van het element. Lus: [01] Adres : [001] Voer het nummer van de lus en het adres van het element in en druk op . De LED Uitgeschakeld gaat branden.
Pagina 13
De brandmeldcentrale moet worden hersteld voordat de geprogrammeerde vertragingstijd voor fase 2 is verlopen. Anders wordt een bevestigd alarm gegeven. Handbrandmelders geven altijd een bevestigd alarm. Hier is geen vertraging toegestaan. Als de Vertraagde mode geselecteerd werd, dan vraagt het systeem om het aantal dagen gedurende welke de vertraagde mode moet worden geactiveerd.
3.2.5 Afdrukken Met de optie Afdrukken in het Hoofdmenu kan de operator systeeminformatie afdrukken op een externe printer die op de centrale is aangesloten. [AFDRUKKEN] [# Exit] 1. Element 4. Uitgeschakeld 2. Log 5. Opties 3. Mode • Elemeny: Afdrukken van de status van de elementen die zijn aangesloten op een lus en de tekst die aan elk is toegekend.
Pagina 15
Uitgangen: Hiermee kunt u de status weergeven van de signaalgevers en relais. Druk op Enter of om van de ene uitgang naar de volgende te springen. Beschikbare details: • Of een uitgang is ingeschakeld of uitgeschakeld (AAN/UIT). • Of een alarmsituatie is opgetreden (gebeurtenis 1). •...
AT MOET U DOEN BIJ EEN ALARM OF STORING Lees de volgende punten zorgvuldig. De operator moet vertrouwd zijn met het brandmeldsysteem en de indicatie-LED's op de centrale om efficiënt op een alarmsituatie te kunnen reageren. 1. BLIJF KALM In een alarmsituatie activeert de brandmeldcentrale de signaalgevers. Het is essentieel om op dat moment kalm te blijven zodat de juiste beslissingen kunnen worden genomen en de juiste procedures kunnen worden gevolgd.
NDERHOUD Onderhoudsmaatregelen die worden aanbevolen in EN54-14, NEN2654 en andere toepasselijke voorschriften en wetten van de plaatselijke overheden moeten nageleefd. 5.1 Door de gebruiker Dagelijks: De centrale moet een normale werking aangeven. Eventuele storingen moeten in het register worden genoteerd en het onderhoudsbedrijf moet worden gebeld.
IJLAGEN 6.1 Bijlage 1: Van toepassing zijnde normen Deze brandmeldcentrale is ontworpen en in overeenstemming met de normen EN54-2 en EN54-4 1997. EN54-2 bevat elementaire en optionele vereisten. De optionele vereisten die voorzien zijn: Onderwerp Hoofdstuk Naam Totale uitval van de Aanduiding stroomtoevoer Bedieningselementen...