Cod. 006.0001.1520
29/05/2020 V.2.10
NEDERLANDS
7
ALARMBEHEER
Deze led gaat branden wanneer er een probleem is met de werking:
Er wordt een alarmmelding op het display D4 weergegeven.
Tab. 4 - Alarmmeldingen
MELDING
BETEKENIS
Geeft aan dat de thermische be-
scherming door een te hoge tem-
peratuur van de stroombron inge-
schakeld is.
FOUT
Laat de apparatuur ingeschakeld
STROOM-
om de oververhitte delen sneller
BRON
af te koelen.
Als het probleem verdwenen is,
start de stroombron automatisch
weer op.
Geeft aan dat er problemen zijn
in de communicatie van gege-
vens tussen de stroombron en de
draadkoffer.
FOUT GEEN
Als het probleem verdwenen is,
COMMUNI-
start de stroombron automatisch
CATIE
weer op.
De alarmtoestand wordt verlaten
door een van de volgende hande-
lingen te verrichten:
• De stroombron uitschakelen.
Geeft aan dat bij de inschakeling
van de draadkoffer een kortslui-
ting werd gemeten op de ingang
FOUT TRIG-
van de toortsschakelaar.
GER
Als het probleem verdwenen is,
start de stroombron automatisch
weer op.
Geeft een te lage druk aan in het
koelcircuit van de toorts.
FOUT KOEL-
Druk op de volgende toets om de
SYSTEEM
alarmtoestand te verlaten en voer
een controle uit van de werking
van het koelaggregaat:
30
WELD THE WORLD
GEBEURTENIS
Alle functies zijn geblokkeerd.
Uitzonderingen:
• de koelventilator.
• het koelaggregaat (indien
actief).
Alle functies zijn geblokkeerd.
Uitzonderingen:
• de koelventilator.
• het koelaggregaat (indien
actief).
Alle functies zijn geblokkeerd.
Alle functies zijn geblokkeerd.
Uitzonderingen:
• de koelventilator.
Pioneer Pulse 321MKS
CONTROLES
• Controleer of het door het lopende
lasproces vereiste vermogen lager
is dan het opgegeven maximale
vermogen.
• Controleer of de werkomstandig-
heden conform zijn met die op het
typeplaatje van de stroombron.
• Controleer of er voldoende luchtcir-
culatie is rond de stroombron.
• Controleer of stroomkabel die de
stroombron en de draadkoffer op
elkaar aansluit intact is en de con-
nectors goed vastzitten.
• Controleer de interne bekabelingen
in de stroombron en de draadkoffer
die betrekking hebben op de over-
dracht van gegevens.
• Controleer de juiste werking van de
controleschakeling in de stroom-
bron en van de motorkaart in de
draadkoffer.
• Controleer of de toortsschakelaar
niet ingedrukt, geblokkeerd of kort-
gesloten is.
• Controleer of de toorts en de con-
nector van de MIG/MAG -lastoorts
intact zijn.
• Controleer of de aansluiting op het
koelaggregaat naar behoren is uit-
gevoerd.
• Controleer of de schakelaar O/I
in de stand "I" staat en of hij gaat
branden wanneer de pomp begint
te draaien.
• Controleer of er koelvloeistof aan-
wezig is in het koelaggregaat.
• Controleer de toestand van de
koelkring, meer bepaald van de
buizen van de toorts en de interne
aansluiting van het koelaggregaat.