Waarschuwing – batterijen
• Gebruik geen oude en nieuwe batter en tegel kert d of
batter en van een verschillende soort of fabricaat.
• Verw der batter en uit producten die gedurende langere
t d niet worden gebruikt (behoudens indien deze voor een
noodgeval stand-by moeten bl ven).
• Sluit de batter niet kort.
• Laad de batter en niet op.
• Werp de batter en niet in vuur en verwarm ze niet.
• Batter en nooit openen, beschadigen, inslikken of in het
milieu terecht laten komen. Z kunnen giftige en zware
metalen bevatten die schadel k z n voor het milieu.
• Lege batter en direct uit het product verw deren en
afvoeren.
• Verm d opslag, opladen en gebruik b extreme
temperaturen en extreem lage luchtdruk (b v. op grote
hoogte).
• Zorg ervoor dat batter en met een
beschadigde behuizing niet in contact met
water komen.
• Houd de batter en buiten het bereik van
kinderen.
4. Inbedrijfstelling
4.1 Batterijen plaatsen
Aanwijzing
Let erop dat bij de inbedrijfstelling de batterijen altijd eerst
in het meetstation, en dan pas in het basisstation worden
geplaatst.
Meetstation
• Open het batterijvakje (30) en verwijder de
contactonderbreker.
• Sluit vervolgens het deksel van het batterijvakje weer.
• Het statusledje gaat nu branden.
Basisstation
• Open het batterijvakje (26) en verwijder de
contactonderbreker.
• Sluit vervolgens het deksel van het batterijvakje weer.
4.2 Batterijen vervangen
Aanwijzing
• Denk er na het vervangen van de batterijen van het meet-
of basisstation steeds aan dat er een nieuwe synchronisatie
van deze stations moet worden uitgevoerd.
• Verwijder daartoe de batterijen uit het andere station en
plaatst ze opnieuw of vervang ze eventueel als dat nodig is.
Meetstation
• Indien het symbool
(naast de buitentemperatuur (13))
wordt weergegeven, vervang dan de twee AA-batterijen van
het meetstation door 2 nieuwe batterijen.
• Open het batterijvakje (30), verwijder de verbruikte batterijen,
voer deze volgens de lokale milieuvoorschriften af en plaats
• twee nieuwe AA-batterijen en let daarbij op de juiste
polariteit (+) en (-). Sluit vervolgens het deksel van het
batterijvakje weer.
Basisstation
• Indien het symbool
(naast de binnentemperatuur (17))
wordt weergegeven, vervang dan de twee AA-batterijen in
het basisstation door nieuwe batterijen.
• Open het batterijvakje (26), verwijder de verbruikte batterijen,
voer deze volgens de lokale milieuvoorschriften af en plaats
• Twee nieuwe AA-batterijen en let daarbij op de juiste
polariteit (+) en (-). Sluit vervolgens het deksel van het
batterijvakje weer.
5. Montage
Aanwijzing – Montage
• Het is aan te raden het basis- en meetstation allereerst op de
gewenste plaatsen van opstelling zonder montage neer te
zetten en alle instellingen - zoals in 6. Gebruik en werking is
beschreven – uit te voeren.
• Monteer pas na een correcte instelling en stabiele draadloze
verbinding het/de station/s.
Aanwijzing
• Het bereik van de draadloze verbinding tussen het meet- en
basisstation bedraagt in het open veld max. 30 m.
• Let er vóór de montage op dat de draadloze verbinding
niet door storende signalen of obstakels zoals gebouwen,
bomen, voertuigen, hoogspanningskabels o.a. negatief
wordt beïnvloed.
• Gebruik eventueel andere aanwezige draadloze apparatuur
niet op dezelfde frequentie (433 MHz) om storingen in de
overdracht van signalen te voorkomen.
• Vergewis u er vóór de de nitieve montage van dat er tussen
de gewenste plaatsen van opstelling voldoende ontvangst
c.q. een stabiele draadloze verbinding bestaat.
• Let er bij de montage van het meetstation op dat dit tegen
direct zonlicht en regen beschermd is gepositioneerd.
• De internationale standaardhoogte voor het meten van de
luchttemperatuur bedraagt 1,25 m (4 ft) boven het maaiveld.
22