7
Bediening
7.1
Bediening
De bediening gebeurt door het indrukken van de extra impulsdrukker. Het apparaat schakelt
naar het niveau voor de RTR-wijziging. Deze omschakeling wordt aangegeven met een
omgekeerde weergave van de ingestelde temperatuur (wit met zwarte cijfers). Na een wachttijd
van 3 seconden of door de extra impulsdrukker nog een keer in te drukken wordt
teruggeschakeld naar het eerste bedieningsniveau.
7.2
Bedieningsfuncties
Bedieningsfuncties:
Display
21,0°C
1
4
Tab.4:
Overzicht bedieningsfuncties
KNX Technisch Handboek 2273-1-8837 / 2CKA002273B8837
Functie
Wijziging gewenste waarde
ECO-mode
UIT
Fan-coil
Omschakelen
verwarmen/koelen
Actie van apparaat
De gewenste waarde wordt aangepast met de
bovenste bedieningswip links/rechts.
Als de ECO-modus is gekozen, kan deze met
de middelste bedieningswipzijde links worden
geactiveerd. Daarbij wisselt de weergave naar
het ECO-symbool:
– De overige functies van de RTR zijn
geblokkeerd.
– Deactiveren door de bedieningswip nog een
keer in te drukken. Het beeldscherm wisselt
weer naar de volledige weergave.
Door de middelste linkerhelft van de
bedieningswip te bedienen wordt het apparaat
uitgeschakeld. De functie wordt in het midden
van het display aangegeven met het
bijbehorende symbool.
– Deactiveren alleen door het opnieuw
bedienen van de linker bedieningswip.
Bij een fan-coil vindt de bediening plaats met
de onderste linkerhelft van de bedieningswip.
De actieve ventilatorstand wordt in het midden
van het display weergegeven. Wijziging vindt
plaats door de bedieningswip nog een keer te
bedienen totdat de gewenste handmatige
ventilatorstand is geselecteerd. Dit wordt
weergegeven in het midden van het display
met een ventilatorsymbool en de actieve
ventilatorstand.
Met de bedieningswip rechtsonder kan de
gebruiker omschakelen tussen verwarmen en
koelen (mits geparametreerd).
Bediening
│30