8.7
Applicatie 'scène 1-8'
8.7.1
Scènenummer
Opties:
Met de parameter 'scènenummer' wordt vastgelegd met welke waarde, die op het 1-byte
communicatieobject 'scène-oproep' wordt ontvangen, de scène resp. een scène-opslag kan
worden opgeroepen. Er kan een willekeurig scène-nummer ingesteld worden van 1 tot 64.
8.7.2
Scène kan opgeslagen worden
Opties:
De gebruiker heeft de mogelijkheid via de ontvangst van een betreffend scène-
opslagcommando een scène-opslag in werking te stellen. De aktorgroep-communicatieobjecten
zenden in dit geval leescommando's aan de gekoppelde aktoren. Voor zover bij de
communicatieobjecten van de gekoppelde aktoren de L-flag is gezet, zenden deze via een
antwoordtelegram hun actuele waarden aan het apparaat. De waarden worden in het geheugen
opgeslagen en overschrijven de vorige waarden. Deze gaan ook bij een eventueel optredende
spanningsuitval niet verloren.
8.7.3
Aktorgroep A-H
Opties:
Deze parameters zijn alleen instelbaar als 'aantal scènes' op minstens '1' en maximaal '8' is
ingesteld. Het aantal parameters dat via de parameter 'aantal aktorgroepen' werd
geprogrammeerd verschijnt.
Met de parameter 'aktorgroep A-H' kan worden vastgelegd of bij een oproep van de scène de
aktorgroep A-H wordt verzonden of niet. Als de aktorgroep A-H een telegram bij oproep van
scène 1-8 moet verzenden, moet de instelling 'actief" worden gekozen.
8.7.4
Lichtscène-nummer
Opties:
Deze parameter is alleen instelbaar als aktorgroep A-H is geactiveerd en de parameter
'objecttype aktorgroep A-H' op 'lichtscène-nummer' is ingesteld.
De parameter legt vast, welk lichtscène-nummer op het 1-byte communicatieobject van de
aktorgroep bij een scène-oproep moet worden verzonden. Er kunnen willekeurige lichtscène-
nummers van 1 tot 64 worden ingevoerd.
KNX Technisch Handboek 2273-1-8837 / 2CKA002273B8837
Applicatie-/parameterbeschrijvingen
1-64
Inactief
Actief
Inactief
Actief
1...64
Applicatie 'scène 1-8'
│111