12. Opslag bij niet-gebruik
Berg het audiosysteem als u het gedurende langere tijd niet gebruikt, op
een droge, koele plaats op en zorg ervoor dat het is beschermd tegen stof en
extreme temperatuurschommelingen.
Bewaar het audiosysteem rechtop om te voorkomen dat het apparaat
beschadigd raakt.
13. Bij storingen
PROBLEEM
Het apparaat
kan niet worden
ingeschakeld.
Het apparaat wordt
tijdens gebruik
uitgeschakeld.
Geen of slechte
radio-ontvangst
Er is geen geluid.
Geen geluid uit de
microfoon
MOGELIJKE
OORZAAK
Mogelijk is de accu
leeg.
Het netsnoer is niet
goed aangesloten.
Mogelijk is de accu
leeg.
De zendersignalen
zijn te zwak.
Het volume is op
een te lage stand
ingesteld.
De microfoon kan
uitgeschakeld zijn.
Het volume van de
microfoon is te laag
ingesteld.
OPLOSSING
Controleer of het netsnoer
goed is aangesloten.
Controleer met behulp van
de CHARGE-led of de accu
wordt opgeladen. Indien de
CHARGE-led bij een correct
aangesloten netsnoer niet
oplicht, is het audiosysteem
defect.
Neem in dat geval contact op
met ons Service Center.
Gebruik het apparaat met het
netsnoer.
Verplaats eventueel de radio of
wijzig de stand van de antenne
om de ontvangst te verbeteren.
Stel het gewenste hogere
volume in.
Controleer het ingestelde
volume op uw externe audio-
uitvoerapparaat en verhoog
het eventueel.
Controleer of de microfoon
ingeschakeld is.
Stel een hoger volume voor de
microfoon in.
25