Pagina 4
Dit installatievoorschrift Met dit installatievoorschrift kunt u het toestel op veilige wijze monteren, installeren en onderhouden. Volg de instructies nauwkeurig op. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant. Bewaar dit installatievoorschrift bij het toestel. Gebruikte afkortingen en benamingen Omschrijving Te noemen als Hoog Rendement Rotex RHOBG12AAV1, RHOBG18AAV1...
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN De fabrikant ROTEX Heating Systems GmbH aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letsel veroorzaakt door het niet (strikt) naleven van de veiligheidsvoorschriften en -instructies, dan wel door onachtzaamheid tijdens het installeren van de Rotex RHOBG*AAV1 gaswandketel en de eventueel bijbehorende accessoires.
Pagina 6
Nadraaien CV Na het einde van CV-bedrijf blijft de pomp nog een bepaalde tijd werken. De nadraaitijd staat van fabriekswege ingesteld op de waarde volgens § 7.2. Deze instelling kan gewijzigd worden. Bovendien gaat de pomp automatisch 1 keer per 24 uur gedurende 10 seconden draaien om vastzitten te voorkomen.
Tapwaterbedrijf RHOBG*AAV1 in combinatie met indirect gestookte boiler De warmwatervoorziening heeft voorrang op de verwarming. Bij toepassing van een boilersensor zal, als door de boilersensor een temperatuur van 5 graden lager dan de ingestelde waarde wordt gedetecteerd, een eventuele CV-vraag onderbroken worden. Na het aanlopen van de ventilator (code ) en het ontsteken (code ) komt de...
Opstellingsruimte Het toestel dient aan een wand gemonteerd te worden die voldoende draagkracht heeft. Bij lichte wandconstructies bestaat de mogelijkheid dat er resonantiegeluiden optreden. Binnen een afstand van 1 meter van het toestel dient een wandcontactdoos met randaarde voorhanden te zijn. Om bevriezing van de condensafvoer leiding te voorkomen, moet het toestel in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.
Montage De ketel kan worden opgehangen aan de muur met behulp van: deophangstrip en de montagebeugel EKVK4AA • een B-pakket met inbegrip van een expension vat en een connection kit. • 4.3.1 Ophangstrip en montagebeugel monteren Zorg ervoor dat de bouw van de muur geschikt is voor de montage van de •...
4.3.3 Toestel monteren Pak het toestel uit. Controleer de inhoud van de verpakking, deze bestaat uit: • Toestel (A) • Ophangstrip (B) • Sifon + flexibele buis (C) • Installatievoorschrift • Bedieningsvoorschrift • Garantiekaart Controleer het toestel op eventuele beschadigingen: meldt beschadigingen direct aan de leverancier.
AANSLUITEN CV-installatie aansluiten Spoel de CV-installatie goed schoon. Monteer de aanvoerleiding (A) en retourleiding (B) aan de montagebeugel. Alle leidingen moeten spanningsvrij gemonteerd worden om tikken van de leidingen te voorkomen. Bestaande verbindingen mogen niet verdraaid worden om lekkages te voorkomen.
5.1.2 Opdeling CV-installatie in groepen bij aanwezigheid extra warmtebron Werkingsprincipe Indien de kamerthermostaat de ketel uitschakelt doordat een andere verwarmingsbron (houtkachel, open haard, etc) de ruimte opwarmt, is het mogelijk dat de overige ruimten afkoelen. Dit kan worden opgelost door de CV-installatie op te delen in twee zones. De zone met de externe warmtebron (Z2) kan middels een elektrische afsluiter worden afgesloten van het hoofdcircuit.
Elektrisch aansluiten VOORZICHTIG Een wandcontactdoos met randaarde mag maximaal 1 meter van het toestel verwijderd zijn. De wandcontactdoos moet gemakkelijk bereikbaar zijn. Voor opstelling in vochtige ruimten is een vaste aansluiting verplicht middels een all-polige hoofdschakelaar met een minimale contactopening van 3 mm. Indien het netsnoer is beschadigd of om een andere reden moet worden vervangen, moet het vervangende netsnoer bij de fabrikant of diens vertegenwoordiger worden besteld.
Kamerthermostaat aansluiten 5.3.1 Kamerthermostaat aan/uit 1. Sluit de kamerthermostaat aan (zie § 10.2). 2. Stel, indien nodig de terugkoppelweerstand van de kamerthermostaat in op 0,1 A. Meet bij twijfel de stroom en stel deze overeenkomstig in. De maximale weerstand van de thermostaatleiding en de kamerthermostaat bedraagt totaal 15 Ohm.
De toewijzing van een RF-kamerthermostaat aan de CV-ketel ongedaan maken. Houdt de reset toets van het toestel circa 5 seconden ingedrukt om in • het RF-kamerthermostaat menu van de CV-ketel te komen. Druk de service toets 2x in. Op het display boven de toets wordt •...
Rookgasafvoer en luchttoevoer Voor de installatie van het rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal wordt verwezen naar de ingesloten basishandleiding of neem contact op met de fabrikant van het betreffende rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal voor uitgebreide technische informatie en specifieke montagevoorschriften. Zorg ervoor dat de mofverbindingen van de rookgasafvoer en luchttoevoermaterialen goed afsluiten en niet kunnen losraken.
Uitmonding systemen Houdt u er rekening mee dat niet alle rookgas configuraties hieronder beschreven in alle landen zijn toegestaan . Daarom eerst de nationale voorschriften checken voor de installatie . 5.6.1 Leidinglengten Naarmate de weerstand van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen toeneemt zal het vermogen van het toestel afnemen.
5.6.3 Toegestane leidinglengten bij parallelle luchttoevoer en rookgasafvoer systemen Toegestane leidinglengen bij toepassing Ø80 mm. C33 (*) RHOBG12AAV1 100 m 100 m 100 m 100 m 100 m RHOBG18AAV1 100 m 100 m 100 m 100 m 100 m (*) Onder bepaalde omstandigheden is een grotere totale lengte mogelijk. Zie ook §...
5.6.5 Montage algemeen: Voor alle uitmondingen geldt de onderstaande montage: Schuif de verbrandingsgasafvoerleiding in de afvoer van het toestel. Schuif de verbrandingsgasafvoerleidingen in elkaar. Vanaf het toestel moet iedere pijp in de voorgaande geschoven worden. Monteer een niet verticale verbrandingsgasafvoerleiding op afschot naar het toestel (min.
Pagina 24
Montage dubbelpijps verlengpijp(en) t.b.v. balkongalerij uitmonding Als de vrije uitmonding wordt gehinderd door een dakoverstek, balkon, galerij of anders, moeten de luchttoevoerleiding en verbrandingsgasafvoerleiding verlengd worden tot minimaal de voorzijde van het overstekende deel. Als de luchttoevoer niet verstoord kan worden door obstakels, zoals een console of scheidingsmuurtje en als de uitmonding zich niet aan de rand van een gebouw bevindt, behoeft de luchttoevoerleiding niet verlengd te worden.
Pagina 25
5.6.7 Gevel combidoorvoer horizontaal Toestelcategorie: C13 VOORZICHTIG Leidingen voor de verbinding van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer tussen het toestel en de dubbelpijps- doorvoer, moeten een diameter hebben van Ø80 mm. Bij toepassing van een concentrisch rookgasafvoersysteem moet deze een diameter hebben van 80/125 mm. Combidoorvoer-horizontaal.
Pagina 26
Montage combiverlengpijp t.b.v. balkon-/galerij uitmonding Als de vrije uitmonding wordt gehinderd door een dakoverstek, balkon, galerij, of anders, moet de combidoorvoer verlengd worden tot tenminste de voorzijde van het overstekende deel. Monteer de combiverlengpijp op de combidoorvoer. Kort de combidoorvoer of de combiverlengpijp in op de juiste lengte volgens de aangegeven maten.
5.6.8 Dakuitmonding combidoorvoer-verticaal en dubbelpijpsdoorvoer-verticaal Toestelcategorie: C33 VOORZICHTIG Als de combidoorvoer-verticaal niet toegepast kan worden, moeten de luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer separaat worden uitgevoerd. Combidoorvoer-verticaal. • Toegestane leidinglengte Voor parallel: Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding samen, exclusief de lengte van de combidoorvoer. Voor concentrisch: Totale leidinglengte, exclusief de lengte van de combidoorvoer. Parallel Concentrisch Concentrisch...
Pagina 28
Montage dubbelpijpsdoorvoer-verticaal VOORZICHTIG De uitmondingen van verbrandingsgasafvoer en luchttoevoer dienen in hetzelfde drukvlak gemaakt te worden. De luchttoevoer uit het schuine dakvlak en de verbrandingsgasafvoer door middel van een bouwkundige schoorsteen is ook mogelijk, omgekeerd niet. Monteer een standaard dubbelwandige verbrandingsgasdoorvoer (Ø80 mm) met Giveg-afvoerkap op een schuin dak op de plaats van de uitmonding.
5.6.9 Dakuitmonding prefabschoorsteen Toestelcategorie: C33 Als er in een schacht te weinig ruimte is, kan een dakuitmonding door een prefabschoorsteen noodzakelijk zijn. De prefabschoorsteen dient voorzien te zijn van rookgasfvoer en luchttoevoer openingen van tenminste 150cm per aangesloten toestel en moet voldoen aan de aangegeven minimale maten.
5.6.10 Dakuitmonding en luchttoevoer vanuit de gevel Toestelcategorie: C53 VOORZICHTIG De luchttoevoer in de gevel moet voorzien worden van een inlaatrooster (A). Verbrandingsgasafvoer (B) door een prefabschoorsteen, of door een dubbelwandige dakdoorvoer Ø80 mm met trekkende afvoerkap. De prefabschoorsteen dient voorzien te zijn van rookgasafvoer openingen van tenminste 150cm per aangesloten toestel en moet aan de aangegeven minimale maten voldoen.
Pagina 31
5.6.11 Luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met gemeenschappelijk afvoersysteem. Toestelcategorie: C83 Een luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met een gemeenschappelijk afvoersysteem is toegestaan. BELANGRIJK • De luchttoevoer in de gevel moet voorzien worden van een inlaatrooster (A). •...
5.6.12 Dakuitmonding CLV-systeem Toestelcategorie: C43 BELANGRIJK Een dakuitmonding door een Combinatie Luchttoevoer- • Verbrandingsgasafvoersysteem (CLV-systeem) is toegestaan. Voor de gemeenschappelijke verbrandingsgas-afvoerkap en • luchttoevoerkap is een verklaring van geen bezwaar of een Gaskeur van het Gastec-Gasinstituut nodig. De doortocht van de drukvereffeningsopening aan de onderzijde •...
5.6.13 Rookgasafvoer concentrisch horizontaal, verticaal luchtomsloten door schacht Toestelcategorie: C93 Een rookgasafvoersysteem volgens C93 (C33s) is toegestaan in toepassing met het door Rotex toegeleverde afvoermateriaal. Toegestane leidinglengte en systeemeisen Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding tussen toestel en schacht concentrisch horizontaal 80/125 met een maximale lengte van 10 meter. De rookgasafvoer moet op afschot naar de ketel worden gemonteerd.
IN BEDRIJF STELLEN VAN HET TOESTEL EN DE INSTALLATIE Vullen en ontluchten van toestel en installatie 6.1.1 CV-systeem Steek de steker van het toestel in een wandcontactdoos. Het toestel kan een zelfcontrole uitvoeren: (op service display). Daarna komt het toestel in de uit stand: (op service display) en de CV-druk wordt getoond op het temperatuur display.
In bedrijf stellen van het toestel Uitlezing Bediening Aan/uit Aan/uit toets CV bedrijf of instellen maximale CV temperatuur Tap/CV toets, voor instellen gewenste temperatuur Tap bedrijf of instellen tap temperatuur - toets Gewenste temperatuur CV of tapwater in °C / druk CV water in bar / storingscode + toets Tap comfort functie eco (nvt voor RHOBG*AAV1 toestellen) Tap comfort functie uit / eco / aan (nvt voor RHOBG*AAV1...
Buiten bedrijf stellen van het toestel VOORZICHTIG Tap het toestel en de installatie af, als de netspanning is onderbroken en er kans is op bevriezing. Neem de steker uit de wandcontactdoos. Tap het toestel af met de vul-/aftapkraan. Tap de installatie af op het laagste punt. Sluit de hoofdkraan voor de watertoevoer van het warmwatergedeelte.
INSTELLING EN AFREGELING Het functioneren van het toestel is te beïnvloeden door de (parameter)instellingen in de branderautomaat. Een deel hiervan is direct via het bedieningspaneel in te stellen, een ander deel kan alleen m.b.v. de installateurscode worden aangepast. Direct via bedieningspaneel De volgende functies kunnen direct bediend worden.
Parameter instellingen via de servicecode De parameters van de branderautomaat zijn in de fabriek ingesteld volgens onderstaande tabel. Deze parameters kunnen alleen met de servicecode gewijzigd worden. Ga als volgt te werk om het programmageheugen te activeren: Druk gelijktijdig op de toets, tot een verschijnt op het servicedisplay en een op het temperatuurdisplay.
Pagina 39
Min. aanvoertemperatuur bij OT Instelbereik 10 – 60°C (OpenTherm) of RF thermostaat Reactie OT en RF kamerthermostaat 0= CV-vraag niet beantwoorden indien gevraagde temperatuur lager is dan ingestelde waarde par. E 1= CV-vraag beantwoorden met minimale aanvoerwatertemperatuur begrensd op ingestelde waarde par. 2= CV-vraag beantwoorden met maximale aanvoerwatertemperatuur zoals ingesteld op het display (aan/uit-functie)
Instellen maximaal CV-vermogen Het maximaal CV-vermogen wordt in de fabriek ingesteld op 70%. Als er voor de CV- installatie meer of minder vermogen nodig is, kan het maximaal CV-vermogen gewijzigd worden door het toerental van de ventilator te wijzigen. Zie tabel: Instelling CV-vermogen. Deze tabel geeft de relatie weer tussen het toerental van de ventilator en het toestelvermogen.
Ombouw naar andere gassoort VOORZICHTIG Werkzaamheden aan gasvoerende delen mogen uitsluitend door een erkend installateur uitgevoerd worden. Als op het toestel een ander gassoort wordt aangesloten dan waarvoor het toestel door de fabrikant is afgesteld dient de gasdoseerring vervangen te worden. Ombouw sets t.b.v. andere gassoorten zijn op bestelling leverbaar.
Afstellen gas/luchtregeling De CO - instelling is ingesteld in de fabriek en heeft in principe geen aanpassingen nodig. De instelling kan worden gecontroleerd door het CO -percentage in de verbrandingsgassen te meten. In geval van een mogelijke storing van de aanpassing, moet de vervanging van de gasklep of de omzetting naar een ander gastype worden gecontroleerd en indien nodig ingesteld volgens de onderstaande instructies.
11 Als het CO -percentage bij maximum en minimumvermogen zich binnen het bereik vermeld in de bovenstaande tabellen, de CO -instelling van de boiler is correct. Indien NIET, pas de CO -instelling dan aan volgens de instructies in het onderstaande hoofdstuk.
STORINGEN Laatste storing tonen Breng het toestel met de toets in de uit-stand en druk de toets in. De rode storings-LED brandt continue, en de laatste storingscode wordt knipperend op het temperatuursdisplay getoond. Indien het toestel nog nooit een vergrendelende storing heeft gedetecteerd, wordt geen code getoond. De laatste vergrendelende storing kan gewist worden door tijdens het indrukken van de toets de toets kort in te drukken.
Overige storingen 8.3.1 Brander ontsteekt luidruchtig Mogelijke oorzaken: Oplossing: Gastoevoerdruk te hoog. Ja Mogelijk is de huisdrukregelaar defect. Neem contact op met het energiebedrijf. Nee Controleer de ontsteekpenafstand. Onjuiste ontsteekafstand. Ja Vervang de ontsteekpen. Nee Gas-luchtregeling niet goed ingeregeld. Ja ...
8.3.4 Het vermogen is verminderd Mogelijke oorzaken: Oplossing: Op hoog toerental is het vermogen met meer Controleer toestel, sifon en afvoersysteem op vervuiling. Ja dan 5% afgenomen. Reinig toestel, sifon en afvoersysteem. 8.3.5 CV komt niet op temperatuur Mogelijke oorzaken: Oplossing: Waterdruk in installatie is te laag Ja ...
Pagina 47
8.3.9 A-label pomp LED knippert afwisselend rood/groen Mogelijke oorzaken: Oplossing: Te hoge of te lage netspanning. Ja Controleer de netspanning. Nee Temperatuur pomp is te hoog. Ja Controleer de water- en omgevingstemperatuur. 8.3.10 A-label pomp LED knippert rood Mogelijke oorzaken: Oplossing: Reset de pomp door het toestel minimaal 20 seconden met de aan/uit knop...
ONDERHOUD Het toestel en de installatie dienen elk jaar door een erkend installateur gecontroleerd en zo nodig gereinigd te worden. VOORZICHTIG Werkzaamheden aan gasvoerende delen mogen uitsluitend door een erkend installateur uitgevoerd worden. Controleer na werkzaamheden alle rookgasvoerende delen op dichtheid.
Pagina 49
9.1.3 Monteren Controleer bij het monteren de diverse afdichtingen op beschadigingen, verharding, (haar)scheuren en/of verkleuringen. Plaats waar nodig een nieuwe afdichting. Controleer tevens de juiste positionering. Controleer dat tussen de flens van de borstbout en de voorplaat een dunne laag keramisch vet aanwezig is. Als geen of onvoldoende vet aanwezig is moet dit alsnog worden aangebracht (zie afbeelding).
GARANTIEBEPALINGEN Milieu Als het toestel aan vervanging toe is kan dit meestal, na Op dit product zijn de algemene garantievoorwaarden van Rotex overleg, door uw dealer teruggenomen worden. Mocht dit Heating Systems GmbH van toepassing. niet mogelijk zijn, informeer dan bij uw gemeente naar de mogelijkheden voor hergebruik of milieuvriendelijke De garantie vervalt indien wordt vastgesteld, dat de gebreken, verwerking van de gebruikte materialen.
Pagina 53
Dystrybutorem produktów marki Produkty ROTEX distribuuje: verdeeld in België door: ROTEX w Polsce jest firma: Daikin Airconditioning Daikin Airconditioning Poland Sp. z o.o. Central Europe - Czech Daikin Belux - Wavre ul. Taśmowa 7 Republic spol. s r.o. Avenue Franklin 1B PL - 02-677 Warszawa budova IBC - Pobřežní...