35 kPa stijgt, dan is de onderkoeler bijna vol en bevat het systeem de juiste hoeveelheid koelmiddel. U kunt koel-
middel bijvullen wanneer de belasting stabiel is, bij om het even welke buitentemperatuur. Laat de unit minstens
5 minuten draaien tot de trapregeling van de condensorventilatoren gestabiliseerd is bij normale bedrijfspersdruk.
Vul de unit voor een optimaal resultaat bij terwijl per koelmiddelcircuit 2 of meer condensorventilatoren draaien.
Wanneer de vochtigheidsindicator vochtigheid aangeeft, moet het systeem worden gevacumeerd om de oorzaak
van het probleem op te lossen. Nadat het probleem is opgelost, moet het systeem gedroogd door een bijna
perfect vacuüm te creëren. Gebruik hiervoor een verdringervacuümpomp.
Wanneer het systeem werd geopend voor een grote reparatie (bijv. een revisie), moet de volgende procedure voor
het vacumeren worden gevolgd:
1.
Vacumeer het koelmiddelsysteem met een vacuümpomp tot 200 Pa (1,5 mm Hg).
2.
Breek het vacuüm met stikstof tot de atmosferische druk is bereikt.
3.
Herhaal stap 1 en 2 twee keer.
4.
Vacumeer het koelmiddelsysteem tot 66,5 Pa.
Het droge stikstof waarmee het vacuüm wordt gebroken neemt alle resterende vochtigheid en lucht in het systeem
op, en na driemaal vacumeren is het systeem praktisch volledig vrij van lucht en vochtigheid. Als verbrande olie of
slib in het koelmiddelcircuit wordt gevonden (veroorzaakt door een doorverbrande compressormotor), moet het
systeem zorgvuldig worden gereinigd met filterdrogers alvorens te vacumeren. Hierbij worden speciale
filterdrogers gebruikt met een speciale hygroscopische stof in zowel de vloeistof- als aanzuiglijnen.
Wanneer het systeem te veel koelmiddel heeft verloren, kan er ook olie uit het systeem gaan lekken. Controleer
het olieniveau tijdens de werking – de olie moet zichtbaar zijn in het bovenste kijkglas van de olieafscheider.
1.
Als de unit een beetje te weinig koelmiddel bevat, zijn bellen zichtbaar in het kijkglas. Vul koelmiddel bij.
2.
Als het de unit aan een behoorlijke hoeveelheid koelmiddel ontbreekt, wordt de vorstbeveiliging waarschijnlijk
geactiveerd. Vul koelmiddel bij zoals beschreven in de hierna beschreven vulprocedure.
Procedure voor bijvullen van een kleine hoeveelheid koelmiddel
1.
Als een unit te weinig koelmiddel bevat, moet u eerst de oorzaak bepalen alvorens koelmiddel bij te vullen.
Lokaliseer en repareer eventuele koelmiddellekken. De aanwezigheid van olie is een goede indicator van
een lek, maar u zult niet altijd olie zien. Vloeistoffen voor detectie van vloeistoflekken zijn goed om bellen aan
te geven bij middelgrote lekken, maar voor kleine lekken kan een elektronische lekdetector nodig zijn.
2.
Vul koelmiddel bij in het systeem via de klep op de inlaatleiding van de verdamper, tussen de expansieklep
en de verdeler van de verdamper. Volg de in "Koelmiddel vullen" beschreven procedure.
3.
Het koelmiddel kan worden bijgevuld bij elke belasting.
Koelmiddel vullen
1.
Sluit de fles met koelmiddel aan met een vulbuis op de vulklep op de verdeler van de verdamper. Open de
kraan van de koelmiddelfles en verwijder de lucht uit de vulleiding voordat u de kraan vastdraait. Draai de
aansluiting van de vulklep vast en vul koelmiddel bij.
2.
Wanneer het koelmiddel stopt met in het systeem te stromen, start u de compressor en beëindigt u het vullen
van koelmiddel.
3.
Als u niet weet hoeveel koelmiddel moet worden bijgevuld, sluit u de kraan van de koelmiddelfles om de
5 minuten, waarna u verder bijvult tot het kijkglas helder is en er geen bellen meer zichtbaar in zijn.
Opmerking: Laat geen koelmiddel ontsnappen in de lucht. Vang koelmiddelresten op in een lege, schone en
droge fles. Verwijder vloeibaar koelmiddel via de klep op de onderkoeleruitlaat van de pijpenbundel van de
condensor. Zet de fles in een bak vol met ijs om het koelmiddel gemakkelijker te kunnen verwijderen en vul de fles
niet te veel (max. 70-80%).
D - 510 C – 07/02 E – NL pag. 46/52