Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Problemen En Oplossingen - De Dietrich SOL AEL Installatie-, Gebruikers En Servicehandleiding

Inhoudsopgave

Advertenties

SOL AEL
6.3

Problemen en oplossingen

Beschrijving
Het controlelampje is uit.
De zonnepomp werkt, maar de temperatuur
van het warmwatertoestel stijgt niet.
De zonnepomp start en stopt constant.
De zonnepomp start later dan gepland.
Het temperatuurverschil tussen het
warmwatertoestel en de zonnecollector
verhoogt wanneer het systeem wordt
ingeschakeld.
De zonnekring slaagt er niet in de warmte af
te voeren.
De zonnepomp werkt niet, terwijl de
temperatuur van de collector hoger is dan die
van het warmwatertoestel.
De temperatuur van het reservoir daalt zonder
aftappen.
De temperatuur van de collector is hoger dan
de buitentemperatuur 's nachts.
06/02/2013 - 300028516-001-02
¼Zie hoofdstuk: "Zonneregelaar ", pagina 11.
Controles
De stroom is onderbroken.
De zekering is defect.
De regelaar is defect.
Er bevinden zich luchtbellen in de
kring.
De voeler van de zonnecollector is op
de verkeerde plaats geïnstalleerd.
Het op de regelaar bepaalde
temperatuurverschil is te klein.
De waarde van CMIN is te hoog.
De voeler van de collector is
verkeerd ingesteld of geplaatst.
De optie buisvormige collector is niet
aangepast.
Verkeerde afstelling van de pomp.
Er bevinden zich luchtbellen in de
kring.
De zonnepomp is defect.
De kring is verstopt.
De controlelampjes van de regelaar
en de display zijn uit.
De pomp start niet in de
handbediening.
De pomp wordt niet gevoed door de
regelaar.
De waarde van CMIN is te hoog.
De bijverwarmingen werken niet.
Er is sprake van recirculatie in de
zonnkring of de SWW-kring.
De antithermosifonkleppen werken
niet.
De thermosifoncirculatie is te
krachtig.
Antivriesfunctie ingeschakeld.
Koelfunctie van het
warmwatertoestel actief.
Oplossingen
Stroom herstellen.
Vervang de zekering.
¼Zie hoofdstuk: "Elektrische
voeding", pagina 31.
Vervang de regelaar.
Controleer of de kleppen goed open zijn.
Tap de installatie af.
Controleer de druk.
Plaats de voeler van de collector op de
vertrekleiding van de zonneleiding, op het
warmste punt bij de uitgang van de
collector.
Wijzig de waarde van DT.
Wijzig de waarde van CMIN.
Wijzig de waarde van DT.
Controleer de stand van de voeler.
Wijzig de waarde van FT.
Zet de pomp op de stand 3.
Controleer of de kleppen goed open zijn.
Tap de installatie af.
Controleer de druk.
Vervang de zonnepomp.
Reinig de zonnekring.
Controleer de elektrische voeding.
Controleer de zekering van de regelaar.
De pomp is geblokkeerd.
Draai de as van de pomp met behulp van
een schroevendraaier.
Vervang de zonnepomp.
Controleer de zekering van de regelaar.
Controleer de elektrische voeding.
Vervang de regelaar.
Wijzig de waarde van CMIN.
Controleer de programmering van de
bijverwarmingen.
Plaats een antithermosifon in de
zonnekring of de SWW-kring.
Controleer de antithermosifonkleppen.
Gebruik beter geschikte
antithermosifonkleppen.
Schakel de antivriesfunctie van de
collectoren OAC uit.
¼Zie hoofdstuk: "Lijst met
parameters", pagina 24.
Normale werking van de regelaar.
6. Bij storing
32

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave