7. Verwijder de kabel van de vingerafdruklezer, de LED-kaart-FFC, de FFC van de touchpad en de FFC van de USH-kaart uit de
connectoren op de systeemkaart.
8. Verwijder de camerakabel en beeldschermkabel uit de kabelgeleiders op de palmsteun- en toetsenbordeenheid.
9. Verwijder de groene P-sensorkabel, grijze P-sensorkabel, WLAN-antennekabels, Darwin-kabels, witte/grijze WWAN-antennekabels,
zwarte/grijze WWAN-antennekabels, blauwe WWAN-antennekabel en oranje WWAN-antennekabel uit de geleiders op de
systeemkaart.
10. Verwijder de twee schroeven (M2x3.5) uit de linker Type C-beugel en verwijder deze beugel uit de computer.
11. Verwijder de drie schroeven (M2x3.5) uit de rechter Type C-beugel en verwijder deze beugel uit de computer.
12. Verwijder de twee (M2x2.5) schroeven waarmee de systeemkaart aan de palmsteun- en toetsenbordeenheid is bevestigd.
13. Til het systeem omhoog en verwijder dit uit de computer.
OPMERKING:
Om ervoor te zorgen dat de systeemkaart ongehinderd uit het systeem kan worden getild, moeten technici de
ruimte om de systeemkaart ontdoen van kabels, FFC's, FPC's en eventuele tape.
De systeemkaart installeren
Vereisten
Als u een onderdeel vervangt, dient u het bestaande onderdeel te verwijderen alvorens de installatieprocedure uit te voeren.
Over deze taak
De volgende afbeeldingen geven de locatie van de systeemkaart aan en bieden een visuele weergave van de installatieprocedure.
Onderdelen verwijderen en plaatsen
47