10 Modemverbinding
Wanneer het niet mogelijk is om de warmtepomp te voorzien van een
netwerk-verbinding, of wanneer slechts een tijdelijke oplossing vereist is,
kan een GSM- of GPRS-modem worden gebruikt. Het voordeel is dat het
niet nodig is om nieuwe telefoonlijnen of andere breedbandverbindingen te
installeren. Enkel het modem en een antenne zijn vereist. Het nadeel is dat
de verbinding traag verloopt en dat de computer waarmee u een verbinding
maakt ook een modem nodig heeft.
10.1 Vereisten
Het aanbevolen GSM-/GPRS-modem is verkrijgbaar als accessoire van
de warmtepomp, inclusief speciale installatierichtlijnen. Andere modems
kunnen worden gebruikt, inclusief gewone telefoonmodems, maar er is geen
onder-steuning beschikbaar voor andere modems dan het aanbevolen mo-
dem.
Een SIM-kaart voor een abonnement met GPRS, toegang tot een SMTP-server
zonder verificatie en een gegevenstelefoonnummer voor inbeltoegang. De
pin-code voor de SIM-kaart moet uitgeschakeld zijn.
10.2 Instellingen in de WM HPC
Wanneer u een modem gebruikt, kunt u nog altijd surfen naar de WM HPC op
een lokaal netwerk ter plaatse via de Ethernet-poort, op voorwaarde dat de
netwerkinstelling voor de gateway is ingesteld op 0.0.0.0.
De DNS-instelling moet ook zijn ingesteld op 0.0.0.0.
De volgende stap is het wijzigen van de instellingen onder het tabblad Mo-
dem/ppp in het menu Systeem instellingen. De instellingen daar hangen deels
af van het modem en het type abonnement. Raadpleeg de instructies van het
modem. Het telefoonnummer van de modempool van de internetprovider is
de belangrijkste instelling die moet worden ingesteld. Wanneer een alarmmail
moet worden verstuurd door het systeem, kiest het dat nummer om toegang
te krijgen tot het internet.
Onder het tabblad Aanmelden kunt u de gebruikersnaam en het wachtwoord
instellen voor de modempool. Heel vaak heeft de modempool geen instruc-
ties over deze velden, zolang deze maar niet leeg worden gelaten. Anders
zou er informatie over de gebruikersnaam en het wachtwoord beschikbaar
moeten zijn in de instructies van de internetprovider.
10.3 Verbinding op afstand
Een warmtepomp die met een modem is verbonden, heeft nog geen toegang
tot het internet. Er is een computer nodig met een modem die kan inbellen
op de modem van de warmtepomp om toegang te krijgen tot de webpa-
gina's. Om een verbinding te maken, moet een nieuwe externe verbinding
worden aang-emaakt in de computer, waar het telefoonnummer naar de
warmtepomp wordt ingevoerd. Hoe dat precies gebeurt, hangt af van het
besturingssysteem.
Thermia – 31
VUIFG110