Opnamefunctie:
Het maken van beelden met uw favoriete
instellingen
Het toestel stelt automatisch de sluitertijd en de lensopening in volgens de helderheid van
het object.
U kunt beelden maken in grote vrijheid door verschillende instellingen in [OPNAME] menu
te veranderen.
Stel Opnamemodus in op [
Aantekening
•
De sluitersnelheid wordt in de volgende gevallen automatisch
tussen 20 seconden en 1/4000 van een seconde ingesteld.
–
Wanneer de [GEVOELIGHEID] ingesteld is op [ISO160].
–
Als de openingswaarde op F2.5 gezet is [wanneer de verwisselbare lens (H-H014) bevestigd
is].
–
Als de openingswaarde op F3.5 gezet is [wanneer de verwisselbare lens (H-FS014042)
bevestigd is].
In programma AE-functie kunt u de ingestelde openingswaarde en de sluitertijd wijzigen
zonder de belichting te wijzigen. Dit heet programmaschakeling.
U kunt de achtergrond waziger maken door de openingswaarde kleiner te maken of een
bewegend voorwerp met meer beweging opnemen door de sluitertijd langzamer in te
stellen als u een opname maakt in de AE-programmafunctie.
1
Druk de sluiterknop tot halverwege in en geef de
diafragmawaarde en de sluitertijd weer op het scherm.
2
Terwijl de waarden (ongeveer 10 seconden lang)
afgebeeld worden, de Programmawisseling uitvoeren
door de bedieningsfunctieknop te draaien.
•
Tijdens de weergave van de numerieke waarden, zal er elke keer dat er op de cursorknop
3 gedrukt wordt geschakeld wordt tussen Programmaschakeling en
Belichtingscompensatie.
•
Draai de bedieningsfunctieknop om de [LICHTMETER] B af te beelden.
•
De aanduiding voor de programmaschakeling
geactiveerd is.
•
Om de Programmawisseling te annuleren, het toestel uitzetten of de
bedieningsfunctieknop draaien totdat de aanduiding van de Programmaschakeling
verdwijnt.
30
VQT3Q82 (DUT)
(AE-programmafunctie)
].
Programmaschakeling
verschijnt op het scherm als deze functie
A
A
B