Onderhoud
Wanneer u klaar bent met de SDU of wanneer deze
moet worden gereinigd zodat er een ander product
kan worden verpompt, ga als volgt te werk:
1. Verwijder het vat. Zie
2. Voer de
Drukontlastingsprocedure, page 18
3. Zet de ram omlaag zodat de ramplaat plat tegen
de grondplaat aan ligt.
4. Koppel de luchtslang voor afblazen en de
luchtslang bij de afdichting van de ramplaat los
bij de ramplaat.
B B B
Locatie voor bevestiging van luchtslang voor
afblazen
P P P
Locaties voor bevestiging van steunstangen
ramplaat
S S S
Locatie voor bevestiging van luchtslang voor
afdichting
5. Verwijder de bevestigingsklemmen van de
ramplaat waar de ramplaat op de steunstangen
voor de ramplaat is bevestigd.
6. Zie de handleiding van de pomp voor instructies
over het loskoppelen van de onderpomp uit de
luchtmotor.
7. Zet de rameenheid omhoog om de luchtmotor
van de onderpomp te tillen. Stop met het omhoog
zetten van de ram als de luchtmotor loskomt van
de onderpomp.
8. Schuif de ramplaat en onderpomp aan de
onderkant uit de luchtmotor.
24
Het vat vervangen, page
uit.
9. Reinig de onderpomp. Zie de handleiding van de
pomp voor reinigingsinstructies.
10. Reinig de ramplaat.
22.
De ramplaat reinigen, page
11. Monteer de ramplaat en onderpomp op de
luchtmotor nadat eerst alle onderdelen van
de ramplaat en de onderpomp gereinigd zijn.
Bevestig alle luchtfittingen en flensklemmen.
Doorspoelen en
Doorspoelen
Doorspoelen
• Spoel voordat de vloeistof kan indrogen in het
apparaat, aan het einde van de dag, vóór opslag
en voordat u de apparatuur gaat repareren.
• Spoel met de laagst mogelijke druk. Controleer de
koppelstukken op lekken en draai ze aan indien
nodig.
• Spoel met een vloeistof die compatibel is met
de vloeistof die u afgeeft en met de bevochtigde
onderdelen van de apparatuur.
• Spoel de pomp altijd door en ontlast de druk,
voordat de pomp voor enige tijd wordt opgeslagen.
• Bij langdurige opslag moet u de onderdelen van de
pomp en de ramplaat grondig reinigen en drogen.
Spoel de pomp vaak genoeg door om te voorkomen
dat de vloeistof die u pompt, in de pomp opdroogt
of bevriest en zo schade veroorzaakt. Bewaar de
pomp bij een temperatuur van 0 °C (32 °F) of hoger.
Blootstelling aan extreem lage temperaturen kan
schade veroorzaken aan kunststof onderdelen.
Zie
23.
en opslag
opslag
en
opslag
LET OP
OP
LET
LET
OP
3A7086N