4.3 Instelwaarden verlichting (advies)
Lichtsterkte
Instellen van de gewenste lichtsterkte (Lux)
● Doorgangszones (geen werkruimte)
● Lichte gangen
● Uitschakelen van de lichtsterktemeting
Afhankelijk van montageplaats, lichtinval, meubilair, reflexie-eigenschappen
van de ruimte en meubels kan de instelling met 1–2 strepen op de schaal-
verdeling moeten worden gecorrigeerd.
Bij een lichtsterkte instelling van <= 2.5 en een nalooptijd licht van <= 2 min:
geldt een snellere reactietijd op wijzigingen van de omgevingslichtsterkte bij
het aansturen van lichtgroepen.
Verschil in lichtsterkte (uitgangen Licht A,B actief)
Eén melder kan max. twee lichtgroepen schakelen of regelen. De lichtgroep
die zich dichter bij het raam bevindt (aangeduid als uitgang A) heeft normaal
gesproken minder licht nodig
● gelijkmatige lichtomstandigheden
● grote verschillen in lichtsterkte
Nalooptijd licht
Bij instellingen tussen 2–15 min varieert de nalooptijd zelflerend in dit bereik.
Nalooptijden <2 min of >15 min blijven ongewijzigd.
● Doorgangszones
Schaalverdeling
ca. 2
ca. 3
«on»
+20%
+40%
ca. 5 min
119
119
NL