6.2.1 Het gebied en nummer van het bediendeel instellen
U moet het gebied- en het bediendeelnummer instellen voor het huidige bediendeel. Het
bediendeel kan pas communiceren met de databus nadat deze nummers zijn ingesteld.
1.
Het bediendeel vraagt u het gebiednummer voor het huidige bediendeel in te geven.
2.
Toets het nummer van het gebied in en druk OK. In dit geval moet u 1 ingeven.
3.
Het bediendeel vraagt u het bediendeelnummer in te geven.
4.
Toets het bediendeelnummer in en druk OK. In dit geval moet u 1 ingeven.
5.
De systeem prompt verschijnt.
6.
Herhaal de stappen hierboven voor elk bediendeel dat op het systeem is
aangesloten. Elk bediendeel krijgt een ander bediendeelnummer in hetzelfde gebied.
Afhankelijk van het bediendeelnummer en het gebiedsnummer krijgt het bediendeel
een uniek modulenummer. Zie Tabel 5 Bediendeel modulenummers.
6.2.2 Datum en tijd instellen
U moet een hoofdcode invoeren om de systeemdatum en –tijd te kunnen instellen.
Voor een lijst van hoofdcodes, zie pagina 6.
1.
Druk OK als de systeem prompt zichtbaar is.
2.
Toets de hoofdcode in.
3.
Ga naar Opties>Instellen datum/tijd en druk OK.
4.
De actuele tijd wordt getoond met de dag van de week, het uur en de minuten
(dd.hh.mm). De actuele datum wordt getoond in het formaat dag, maand en jaar
(dd.mm.jj).
5.
Druk de
6.
Druk OK om de wijzigingen te bevestigen om verder te gaan met de overige
tijd/datum instellingen.
7.
Wanneer u klaar bent met het instellen van de juiste datum en tijd, drukt u ##
om terug te keren naar de systeem prompt.
6.2.3 Systeemmodules registreren
Wanneer u de optie Registreren modules selecteert, worden nieuwe modules zowel op
de centrale als op het bediendeel geregistreerd. Het bediendeel moet de modules
registreren om de betreffende menu-opties te kunnen weergeven. Niet geregistreerde
modules worden niet weergegeven.
1.
Druk OK als de systeem prompt zichtbaar is en voer uw installateurscode in.
2.
Ga met de
3.
Het bediendeel begint de modules te registeren. Het Registreren modules bericht
wordt niet meer getoond en het bediendeel laat een bevestigingspiep horen.
4.
Nadat de modules zijn geregistreerd, verandert het bericht in Modules
Geregistreerd.
5.
Controleer de geregistreerde modules. Ga met de
druk OK.
6.
Ga naar Logboek en druk OK. Wanneer de centrale een module registreert, voegt
deze een registratiegebeurtenis toe aan het logboek. Deze gebeurtenis omvat het
modulenummer. Blader door het logboek om te controleren of elke module is
geregistreerd.
28
De prompts voor het gebiednummer en bediendeelnummer verschijnen alleen
bij de eerste keer opstarten. Om deze instellingen weer te veranderen, gaat u
naar Dit bediendeel>Gebied en Dit bediendeel>Bediendeelnummer.
toets om het uur te verhogen of druk
toetsen naar Registreren modules en druk OK.
om de waarde te verlagen.
toetsen naar Functie's en
CS5500 Programmeerhandleiding