Hoofdstuk 5. Noodprocedures
Dit hoofdstuk beschrijft de handelingen die moeten worden uitgevoerd in geval van een noodsituatie, zoals een
aardbeving of brand, terwijl het toestel in werking is.
● Als zich een aardbeving, brand of een andere noodsituatie voordoet terwijl de printer bezig is
met afdrukken of net is ingeschakeld, drukt u op de hoofdschakelaar om de stroom uit te
schakelen.
Voer deze handeling alleen in noodgevallen uit.
● Controleer onmiddellijk nadat de noodsituatie voorbij is of er geen afwijkingen zijn aan het uiterlijk van het
toestel, de bedrading en de binnenkant van de kop. Druk vervolgens op de hoofdschakelaar om de stroom weer
AAN te zetten en druk op Start om het uitwerpen van de inkt te starten.
● Als de stroom wordt uitgeschakeld door een stroomstoring
Als de stroomstoring langer dan vijf minuten duurt, opent u het printkopdeksel en reinigt u de spuitopening, de
omringende onderdelen en de gutter door er make-up op aan te brengen. Alvorens het uitwerpen van de inkt te
hervatten, dient u de spuitopening, de omringende delen en de gutter grondig te reinigen door deze in te smeren
met make-up.
Note: In geval van een stroomonderbreking dient u ervoor te zorgen dat de afdrukbeschrijving en andere
instellingen correct zijn wanneer u de werking herstelt door de stroom weer in te schakelen. Als ze
onjuist zijn, moet u ze opnieuw configureren.
5-2
WAARSCHUWING
Druk op de hoofdschakelaar om de stroom uit te schakelen.
Hoofdschakelaar