4
Wacht tot de status verandert van [Is bezig] in [Klaar].
● Wanneer dit toestel gebruikt wordt bij een lage temperatuur (ongeveer 25 °C of lager), kan het langer
dan gebruikelijk duren voordat de printer naar de [Klaar] status gaat.
● Controleer de inktdruk.
Als er een verschil van 0,010 MPa of meer is tussen de weergegeven waarde en de standaardwaarde,
stelt u de druk bij door de schroef voor drukafstelling met een platte schroevendraaier zo te draaien dat
het verschil binnen ±0,002 MPa van de standaardwaarde valt.
5
Voer het detectiesignaal voor het afdrukdoel in en controleer of de afdrukstatus en de afdrukbeschrijving
al dan niet correct zijn.
● Als het detectiesignaal voor het afdrukdoel wordt ingevoerd wanneer de status op [Klaar] staat, wordt
de ingestelde afdrukbeschrijving afgedrukt.
Hoofdstuk 3. Basisbediening
Weergavewaarde inktdruk
De waarde tussen haakjes ()
is een standaardwaarde.
Drukstelschroef
Om de druk te verhogen, draait u het met de klok mee.
Om de druk te verlagen, draait u tegen de klok in.
3-7