Gebruikershandleiding MGS-402
5. Modbus
5.1 Modbus-overzicht
Modbus RTU-protocol wordt gebruikt voor zowel downline detectorcommunicatie als upline GBS-
communicatie. Communicatieparameters kunnen worden ingesteld via de configuratieschakelaars.
De MGS-402 controller fungeert als een Modbus-masterapparaat aan de detectorzijde en als een Modbus-
slave-apparaat aan de GBS-zijde. Raadpleeg de MODBUS-tabellen op pagina 15.
5.1.1 SLAVE KNOOPPUNTADRES
Dit is het Modbus-knooppuntadres (10, 20, 30, 40, 50, 60, 70 of 80) dat het upstream-GBS moet gebruiken bij
het verzenden van query's naar de controller.
5.1.2 SLAVE BAUD-SNELHEID
De MGS-402 controller gebruikt deze baud-snelheid om te communiceren met het upstream-GBS of het
Modbus-masterapparaat, ofwel 9600 (standaard) of 19200.
5.1.3 SLAVE PARITEIT
Deze PARITEIT-instelling moet overeenkomen met de PARITEIT van het GBS (GEEN, EVEN of ONEVEN).
5.1.4 SLAVE STOPBIT
Het aantal stopbits (1 of 2) moet overeenkomen met de instelling van het GBS.
5.1.5 SLAVE AFSLUITING
Een afsluitweerstand van 120 ohm kan worden ingeschakeld op de aansluiting op het GBS. Dit is meestal
alleen vereist voor kabellengtes van meer dan 304 m (1000 ft). Zet deze afsluiting op UIT voor kortere
afstanden.
5.2 Modbus-registers
Adres
registreren
R
X
30001
R
X
30002
R
X
30003
R
X
30004
19
Functie-code 04
(lees invoerregisters)
Vlag Sensor 1 wordt bewaakt
Sensor 1 communicatiestatus
Sensor 1 Modbus foutcode
Sensor 1 concentratie
1100-2570 Versie 0
Onderdeelgroep
Sensor 1
0 = niet bewaakt
1 = bewaakt
Sensor 1
1 = Normaal
2 = Foutbeveiliging
Sensor 1
Uitzonderingscode van
Modbus-standaard
Sensor 1
0-65535
Notities