7.
Bediening
7.1
Algemene beginselen van de slijptechniek
Om een bot geworden snijvlak weer scherp te maken, moet metaal op het mes worden verwijderd.
Hiervoor wordt het mes tot aan de snijkant geslepen tot er een kleine braam ontstaat. De braam
wordt met de lamellenborstel voorzichtig onder matige druk verwijderd. Het mes wordt hiervoor
ca. 6 - 10 keer afwisselend naar links en rechts over de lamellenborstel geleid (links – rechts – links
– rechts – links).
Aangezien een snijvlak niet alleen wordt bepaald door de scherpte, maar ook door de duurzaam-
heid, is de snijhoek een andere belangrijke indicatie voor een goed eindresultaat.
Hoe kleiner de snijhoek, des te hoger is in theorie de duurzaamheid. In de praktijk blijkt echter
dat bij een te kleine snijhoek de snijrand uitbreekt en daardoor niet meer scherp is.
De snijhoeken liggen daarom tussen 25° en 35°. Bij snijhoeken onder 15° wordt het snijvlak zo
instabiel dat hij bij de geringste weerstand omknikt.
Bij een snijhoek van meer dan 40° is het snijvlak weliswaar stabiel, maar verliest het zeer snel
scherpte.
Een ander criterium voor de eigenschappen van een snijvlak, is het snijprofiel.
Er bestaan drie verschillende snijvormen:
Balvormig slijpen
De balvormige sneden zijn meestal te vinden op cutter- en handmessen, wig- en holle sneden
voornamelijk op cirkelmessen.
In principe geldt: de door de producent voorgeschreven profielen en de snijhoek moeten nage-
leefd worden.
30
Wigvormig slijpen
Hol slijpen