Problemen verhelpen
Foutmeldingen
Als tijdens het programma een fout optreedt,
wordt een melding in het display getoond.
Verlaat het bericht na maatregelen te hebben
genomen door de machine uit en weer in te
schakelen.
De volgende foutmeldingen kunnen op het
display verschijnen:
F10 Overvullen
1. Draai de waterkraan dicht.
2. Zie "F11 Waterafvoerfout".
F11 Waterafvoerfout
Controleer het volgende:
• er geen voorwerpen vastzitten in de
afvoerslang.
• of de afvoerpomp niet is verstopt door
voorwerpen. Reinig de pomp. Zie het
hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
• de afvoerslang niet is geknikt.
Schakel na maatregelen te hebben genomen
het programma Pompen in of druk op de toets
Deuropening (sleutelsymbool) om de machine
te legen. Als het probleem dan nog niet is
opgelost, dient u contact op te nemen met de
serviceafdeling.
F12 Fout watertoevoer
Controleer het volgende:
• de kraan op de waterleiding is geopend.
• het fi lter in de watertoevoer van de
wasmachine niet is verstopt.
Maatregel:
1. Draai de waterkraan dicht.
2. Draai de slang los.
3. Reinig het fi lter van het inlaatventiel in op de
wasmachine.
4. Draai de slang weer vast.
5. Zet de kraan open.
6. Start het programma om te controleren of het
probleem is verholpen.
7. Als het probleem dan nog niet is opgelost,
dient u contact op te nemen met de
serviceafdeling.
Onbalans
Als er te veel onbalans is, stopt de machine
het centrifugeren. De wasmachine start het
centrifugeren opnieuw en hopelijk is het
wasgoed nu beter in de trommel verdeeld.
Deze procedure kan maximaal 10 keer
worden herhaald. Als de machine nog steeds
geen goede balans kan vinden, springt het
programma naar de volgende stap.
De foutmelding vereist geen actie.
25