Werking
8
Werking
8.1
Bedrijfsmodi
8.1.1
Automatische bedrijfsmodus
Gebruik:
Na een succesvolle eerste ingebruikname
Start:
Druk op de toets "AUTO".
Functies:
•
De automatische modus is geschikt voor de continue werking van het
apparaat en de besturing bewaakt de volgende functies:
–
Druk houden
–
Expansievolume compenseren
–
Automatisch bijvullen.
•
De compressor "CO" en het magneetventiel "PV1" worden geregeld door
de besturing zodat de druk bij een regeling van ± 0,1 bar constant blijft.
•
Storingen worden op het display weergegeven en beoordeeld.
8.1.2
Handbediening
Gebruik:
Voor tests en onderhoudswerkzaamheden.
Start:
Druk op de knop "Manual" op de besturing. De LED "Auto" op het
bedieningspaneel van de besturing knippert als een visueel signaal voor de
handbediening.
Functies:
De volgende functies kunt selecteren in de handmatige modus om een test uit te
voeren:
•
De compressor "CO".
•
De overstroomklep "PV1".
•
Het magneetventiel van de bijvulling "WV".
Er kunnen ook meerdere functies achtereenvolgens worden geschakeld en
gelijktijdig worden getest.
•
Selecteer de functie met de knoppen "Wisseling
30 % 2,5 bar
omhoog / omlaag".
–
"CO1" = compressor
CO1!* PV1 WV1
–
"PV1" = magneetventiel in de
overstroomleiding
–
"WV1" = magneetventiel bijvulling
(* Aggregaten met "!" zijn geselecteerd en
geactiveerd.)
•
Druk op de "OK"-knop.
–
Bevestig de selectie of het uitschakelen van elke functie.
•
Knop "Quit"
–
Uitschakelen van de afzonderlijke functies in omgekeerde volgorde.
–
Wanneer u de laatste keer op de knop "Quit" drukt, komt u in de
stopmodus.
•
Knop "Auto"
–
Terugkeren naar automatische bedrijfsmodus.
Opmerking!
Als niet voldaan is aan de veiligheidsrelevante parameters, kan de
handbediening niet worden geactiveerd. De schakeling is vervolgens
geblokkeerd.
8.1.3
Stopmodus
Gebruik:
Voor de inbedrijfstelling van het apparaat.
Start:
Druk op de besturingseenheid op de knop "Stop". De LED "Auto" op het
bedieningspaneel dooft.
Functies:
In de stopmodus is het apparaat buiten werking gesteld (behalve de
weergavefunctie). Er vindt geen functionele bewaking plaats.
De volgende functies zijn niet in werking:
•
De compressor "CO" is uitgeschakeld.
•
Het magneetventiel in de overstroomleiding "PV" is gesloten.
•
Het magneetventiel in de bijvulleiding "WV" is gesloten.
12 — Nederlands
Opmerking!
Als de stopmodus voor meer dan 4 uur is geactiveerd, wordt een
melding gegenereerd.
Als in het gebruikersmenu het item "Potentiaalvrij storingscontact?" op
"Ja" gezet is, wordt de melding via het verzamelstoringscontact
uitgegeven.
9
9.1
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
Parameters selecteren en wijzigen
1.
Selecteer de parameter met de knop "OK" (5).
2.
Wijzig de parameter met de wisselknoppen "▼" (7) of "▲" (9).
3.
Bevestig de parameter met de knop "OK" (5).
4.
Wijzig het menu-item met de wisselknoppen "▼" (7) of "▲" (9).
5.
Wissel het menuniveau met de knop "Quit" (11).
9.2
De instellingen in de besturing kunnen worden tot stand gebracht onafhankelijk
van de geselecteerde en actieve bedrijfsmodus.
M.b.v. het gebruikersmenu kunnen installatiespecifieke waarden opnieuw
worden gecorrigeerd of opgevraagd. Tijdens de eerste inbedrijfstelling moeten
eerst de fabrieksinstellingen worden aangepast aan de specifieke voorwaarden
van de installatie.
Opmerking!
De beschrijving van de bediening, zie hoofdstuk 9.1 "Bediening van het
bedieningspaneel" op pagina 12.
Reflexomat Basic — 20.09.2020 - Rev. A
Besturingseenheid
Bediening van het bedieningspaneel
Error-LED
•
De Error-LED brandt gedurende een storingsmelding
Display
Auto-LED
•
De Auto-LED brandt groen gedurende de automatische
bedrijfsmodus
•
De Auto-LED knippert groen gedurende de handmatige
bedrijfsmodus
•
Die Auto-LED dooft in de stopmodus
OK
•
Acties bevestigen
Stop
•
Voor de inbedrijfstelling en voor het opnieuw invoeren van
waarden via de besturing
Wissel naar het menu "terug"
Manual
•
Voor tests en onderhoudswerkzaamheden
Auto
•
Voor continu gebruik
Wissel naar het menu "voor"
Menu
•
Gebruikersmenu openen
Quit
•
Meldingen bevestigen
Instellingen in de besturing tot stand brengen