Hoofdstuk 10
e
Druk op Opties.
f
Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Wanneer u een dubbelzijdig
document in de ADF hebt geplaatst,
veegt u met vinger omhoog of
omlaag, of drukt u op a of b om
2-zijdige scan weer te geven.
Druk op 2-zijdige scan. Ga naar
stap g.
Als u een enkelzijdig document wilt
scannen, gaat u naar stap h.
g
Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Als uw document aan de lange zijde
wordt omgedraaid, drukt u op
2-zijdige scan: lange zijde.
Lange zijde
Staand
Liggend
Als uw document aan de korte zijde
wordt omgedraaid, drukt u op
2-zijdige scan: korte zijde.
Korte zijde
Staand
Liggend
88
h
Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Om in de ADF hogesnelheidsmodus
te scannen, veegt u met uw vinger
omhoog of omlaag, of drukt u op a of
b om Hogesnelheidsmodus ADF
(ADF hoge snelheidsmodus)
weer te geven.
Druk op Hogesnelheidsmodus
ADF (ADF hoge
snelheidsmodus) en selecteer
Aan (of Uit).
Om de ADF hogesnelheidsmodus te
gebruiken, controleert u of het
formaat A4 of Letter is en plaatst u
het document met de lange rand
eerst in de ADF.
Druk op OK.
(Zie Scannen met ADF
hogesnelheidsmodus uu pagina 98
voor meer informatie over scannen in
de ADF hogesnelheidsmodus.)
Als u het type scan wilt wijzigen,
veegt u met uw vinger omhoog of
omlaag of drukt u op a of b om
Scantype weer te geven.
Druk op Scantype en selecteer
Kleur of Zwart-wit.
Wanneer u de resolutie wilt wijzigen,
veegt u met uw vinger omhoog of
omlaag of drukt u op a of b om
Resolutie weer te geven.
Druk op Resolutie en kies 100
dpi, 200 dpi, 300 dpi, 600 dpi
of Autom. (Auto).
Wanneer u het bestandstype wilt
wijzigen, veegt u met uw vinger
omhoog of omlaag of drukt u op a of
b om Bestandstype weer te
geven.
Druk op Bestandstype en kies
PDF, JPEG of TIFF.