Voormontage
5. 1 1. 1 Tandriem monteren
Dubbele vleugel
De tandriem op de motorrol en de omkeerrol
X
aanbrengen, eventueel inkorten.
Tandriemuiteinden (1) in spanstuk (4) plaatsen (3
X
tanden per zijde) en met tegenspanstuk (2) en
banjobout (3) fixeren.
4-vleugelig
Tandriemuiteinden (1) in spanstuk (4) van het
X
riemslot in de buurt van de aandrijving plaatsen
(3 tanden per zijde) en met tegenspanstuk (2) en
banjobout (3) fixeren.
De tandriem op de motorrol en de omkeerrol
X
aanbrengen, eventueel inkorten.
Tandriemuiteinden (1) in spanstuk (4) van het
X
tweede riemslot plaatsen (3 tanden per zijde) en
met tegenspanstuk (2) en banjobout (3) fixeren.
5. 1 1.2 Tandriem spannen
De tandriem moet met 300 N ±35 N worden voorgespannen (zie aandrijvingstekening).
X
2 schroeven (2) losdraaien.
X
De motor (3) met de hand naar rechts schui-
X
ven.
Schroef (1) openen en het geleideblokje zo
X
verschuiven, dat tussen het geleideblokje en
de motor een sleufschroevendraaier gescho-
ven kan worden.
Schroef (1) vastdraaien (draaimoment 10 Nm).
X
Sleufschroevendraaier in de spleet schuiven
X
en heffen, tot de tandriem is voorgespannen.
2 schroeven (2) vastdraaien (draaimoment
X
15 Nm).
16
1
2
1
2
3
4
2
1
Slimdrive SLT Productserie
3
4
1
1
1
2
3
4
1
3