De keuzeknop
Kies een opnamestand overeenkomstig de scène of het type onderwerp. Om een opnamestand
te kiezen, draai de keuzeknop naar de gewenste instelling.
P (Programma AE)
Diafragma en sluitertijd kunnen worden aangepast met behulp van programmaverschuiving.
S (Sluiter AE)
U kiest de sluitertijd en laat de camera het diafragma regelen.
A (Diafragma AE)
U kiest de diafragmasnelheid en laat de camera de sluitertijd regelen.
M (Handmatige belichting)
U kiest zowel sluitertijd als diafragma.
(GEAVANCRD SR AUTO)
De camera optimaliseert automatisch de instellingen voor het onderwerp.
(AUTOMATISCH)
Een eenvoudige „point-and-shoot"-modus aanbevolen voor beginnende gebruikers van digitale
camera's.
Filter (GEAVANC. FILTER)
Kies uit vele verschillende filtereffecten.
Adv. (GEAVANCEERDE MODUS)
Verfijnde technieken die eenvoudig toe te passen zijn.
SP1/SP2 (ONDERWERPPROGRAMMA)
Kies een scène die past bij het onderwerp of de opnameomstandigheden en laat de camera de
rest doen.
(BEWEGEND PANOR. 360)
Pan de camera om een serie foto's te maken die automatisch worden samengevoegd tot een
panorama.
Versus
Terwijl in beide modi instellingen zoals sluitertijd en diafragma automatisch worden
aangepast door de camera, analyseert de camera in
instellingen volgens dergelijke criteria aan, zoals bijvoorbeeld verlichting en of de scène
een portret, landschap of close-up is.
bovendien de scène en past de
- 75 -