Figuur 13
Model 20996
1. Maaihoogtehendel (4)
2. Luchtfilter
3. Dop van brandstoftank
4. Vulbuis/Peilstok
5. Voetpedaal
Figuur 14
1. Grasvanger
2. Zijuitwerpkanaal
Specificaties
Type
Gewicht
20995
35 kg
20996
37 kg
G020408
6. Handgreep van startkoord
7. Bedieningsstang voor
maaimes
8. Bovenste handgreepknop
9. Bougie
3. Mulchplug (geïnstalleerd)
Lengte
Breedte
Hoogte
145 cm
56 cm
99 cm
157 cm
56 cm
112 cm
Gebruiksaanwijzing
De brandstoftank vullen
Aanbevolen brandstof:
•
Gebruik voor de beste resultaten uitsluitend schone, verse
(minder dan 30 dagen oud), loodvrije benzine met een
octaangetal van 87 of hoger (indelingsmethode (R+M)/2).
•
Ethanol: Benzine met maximaal 10% ethanol (gasohol)
of 15% MTBE (methyl-tertiair-butylether) per volume
is aanvaardbaar. Ethanol en MTBE zijn niet hetzelfde.
Benzine met 15% ethanol (E15) per volume is niet
geschikt voor gebruik. Gebruik nooit benzine die meer
dan 10% ethanol per volume bevat, zoals E15 (bevat
15% ethanol), E20 (bevat 20% ethanol), of E85 (bevat
tot 85% ethanol). Ongeschikte benzine gebruiken kan
leiden tot verminderde prestaties en/of motorschade die
mogelijk niet gedekt wordt door de garantie.
•
Geen benzine gebruiken die methanol bevat.
•
Tijdens de winter geen brandstof bewaren
in de brandstoftank of in vaten, tenzij u een
brandstofstabilisator gebruikt.
•
Meng nooit olie door benzine.
Belangrijk: Om gemakkelijker te starten, kunt u het
hele maaiseizoen lang brandstofstabilisator toevoegen
aan benzine van niet meer dan 30 dagen oud; laat de
machine volledig leeglopen als u deze langer dan 30
dagen gaat stallen.
Gebruik nooit andere brandstofadditieven dan een
brandstofstabilisator/conditioner. Gebruik geen
stabilizers op basis van alcohol zoals ethanol, methanol,
of isopropanol.
GEVAAR
Benzine is uitermate ontvlambaar en explosief.
Brand of explosie van benzine kan brandwonden
veroorzaken.
• Om te voorkomen dat een statische lading de
benzine tot ontbranding kan brengen, moet
u het benzinevat en/of de machine voordat u
de tank vult op de grond plaatsen, niet op een
voertuig of een ander object.
• Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer
de motor koud is. Neem gemorste benzine op.
• Rook niet als u omgaat met benzine, en houd
benzine uit de buurt van open vuur of brandstof.
• Bewaar benzine in een goedgekeurd benzinevat
en buiten bereik van kinderen.
1. Reinig de omgeving van de tankdop en verwijder de
dop van de tank (Figuur 15).
10