Voor toegang tot de bovenste bus moet u de spiraalschroef via de achterzijde van de kachel verwijderen. Dit
is alleen nodig in geval u geluid hoort omdat de onderdelen al met hoogwaardige smering worden geleverd.
Dit is voldoende voor meerdere jaren.
Reductiemotor van de spiraalas.
Messing bus en smeringspunt.
5.17. Hoewel het handvat van de deur zelfborgend is, moet deze toch regelmatig worden gereviseerd. Indien nodig
moet het worden afgesteld om te voorkomen dat de hermetische afsluiting van de brandkamer verloren gaat.
BELANGRIJK: Na reiniging of revisie moet u controleren of de kachel correct werkt. Wanneer de kachel niet
aan is en tijdens de maanden waarin u hem niet gebruikt, haalt u de stekker uit het stopcontact om schade aan de
elektronica als gevolg van elektrische stormen te voorkomen.
U controleert of er zich zowel in de luchtinlaat van de verbranding als in de rookgasuitlaat geen vreemde
voorwerpen bevinden, zoals vogelnesten, die de normale circulatie zouden kunnen belemmeren. Controleer de
rookgasuitlaat ook op mogelijk binnendringen van water.
Het is ook zeer aan te bevelen om de basis of de vloer van de kachel te reinigen, alsook de achterzijde van de
kachel waar u bij kunt via het achterste rooster of de zijdeuren om eventueel opgehoopte stof te verwijderen die zich
tijdens de zomermaanden heeft verzameld.
6.
PROBLEMEN EN AANBEVELINGEN.
6.1.
Raak de kachel niet aan met natte handen. Hoewel de kachel is uitgerust met een aardeverbinding, is het
toch een elektrisch apparaat dat een elektrische schok kan geven als er niet juist mee wordt omgegaan. Alleen
een bevoegde technicus mag eventueel voorkomende problemen oplossen.
6.2.
Schakel de kachel niet voortdurend in en uit omdat hierdoor interne schade kan optreden in de elektronische
onderdelen en verschillende motoren van ~230/240V - 50Hz.
6.3.
Verwijder geen schroeven van plekken die bloot staan aan hoge temperaturen zonder deze te hebben
gesmeerd met smeerolie.
DE KACHEL GEEN STROOM KRIJGT:
6.4.
Controleer of de stekker van de kachel in het stopcontact zit en stroom krijgt.
6.5.
Controleer of de kabel niet is beschadigd of afgesneden.
Open het rechter zijpaneel met de kachel uit het stopcontact en controleer of de C.P.U. een losse stekkerdoos
heeft.
6.6.
Controleer de indicator van de C.P.U. Als het lichtje is uitgeschakeld, controleer dan de zekering van de C.P.U.
REVISIE AAN HET BEGIN VAN HET SEIZOEN.
WAT NIET TE DOEN.
WAT TE DOEN ALS...
19
Figuur 31