Door in het sporen menu op nieuw patroon te klikken, komt u in onderstaand scherm terecht. Hierin
kunt u kiezen voor het patroon 'recht', of voor een ander spoortype door op de knop patroon
wijzigen te drukken.
De Geleidingsbreedte is de afstand tussen twee sporen en naar keuze te wijzigen.
In bovenstaand scherm kunt u ook spuitsporen in- of uitschakelen. Meer over spuitsporen in
paragraaf 4.6.
Verschillende patronen of spoortypes
Met patroon wijzigen kunt u kiezen voor verschillende patronen van onderstaande afbeelding:
Recht: een rechte AB-lijn waarbij alle sporen parallel zijn aan deze AB-lijn. Het is ook mogelijk
om sporen over te slaan.
SmartPath: Bestemd voor eenmalige bewerkingen in perceel. In gebogen sporen van
SmartPath kunnen geen sporen worden overgeslagen. Ook kunt u hier later geen
werkbreedte wijzigen. In veel gevallen is "patronen groeperen" een beter en eenvoudiger
alternatief, zie hiervoor paragraaf 4.5 Sporen groeperen.
Cirkel: kan worden gebruikt voor een rond veld wat vanuit het middelpunt geïrrigeerd wordt.
Komt eigenlijk niet voor in Noordwest-Europa.
Aanpassende lijn: u legt uw eerste werkgang vast, elke volgende lijn wordt identiek aan de
vorige neergelegd, mocht u dus op een bepaald punt handmatig gaan sturen om b.v. een
object te ontwijken, dan wordt deze ontwijking meegenomen in elke volgende werkgang.
Advies: gebruik bij voorkeur 'identiek patroon' bij zaaien en planten. 'Aanpassende lijn'
gebruikt u met name bij vervolgbewerkingen in bestaande sporen waar de aansluiting niet
geheel klopt.
Identiek patroon: alle vervolglijnen worden gemaakt op basis van het eerste kromme spoor.
Tip voor gebruik van gebogen sporen: Met de pauze knop kunt u rechte stukken in het spoor
maken: van het moment dat op pauze wordt gedrukt, tot het moment dat er weer wordt hervat,
wordt een rechte lijn getrokken. U kunt in dit patroon ook sporen overslaan.
Homburg Holland
Handleiding Ag Leader Integra/Versa/Compass/HC-9500/HC-8500
6. 7
16