Inbedrijfname
7.1.4
Aansluiting monsterinlaatslang "SPx"
1
Monsterafvoerslang "D" en monsterinlaatslangen SP1 en SP2 (1-/2-kanaals versie) of SPx (4-/6-
kanaals versie)
2
Afvoerslang "W"
3
4-/6-kanaals versie: kabelaansluiting voor paneel
4
Aansluitingen voor sensoren, signaalkabels
5
Voedingskabel
1-kanaals versie
1.
Waarborg een constante en voldoende toevoer van monster o de installatielocatie.
2.
Verwijder de aftapplug uit monsterkanaal 1. Verwijder niet de aftapplug van
monsterkanaal 2.
3.
Sluit de monsterinlaatslang SP1 aan op monsterkanaal 1 en leid deze uit de behuizing
via de slangwartel.
4.
Borg de monsterinlaatslang SP1 met een PG-wartel met passende klemeenheid.
5.
Sluit de monsterinlaatslang SP1 aan op het overdrukventiel. Houd de lengte van de
slang tussen de monsterinlaatslang SP1 en het overdrukventiel zo kort mogelijk: max.
3 m (9.84 ft).
6.
Sluit het overdrukventiel aan op het filter. Houd de lengte van de slang zo kort mogelijk,
max. 0,5 m (1.64 ft).
2-kanaals versie
1.
Waarborg een constante en voldoende toevoer van monster o de installatielocatie.
2.
Wanneer een monsterkanaal niet wordt gebruikt:
Verwijder de rode aftapplug in het ventiel niet.
3.
Verwijder de aftapplug uit de monsterkanalen.
4.
Sluit de monsterinlaatslangen SP1 en SP2 aan op monsterkanalen en leid deze uit de
behuizing via een slangwartel.
5.
Borg de monsterinlaatslangen SP1 en SP2 met een PG-wartel met passende
klemeenheid.
32
1
5
4
Liquiline System CA80SI
2
3
A0036036
Endress+Hauser