Deltapilot M FMB50
4.4.3
Aanvullende montage-instructies
Afdichten van de elektrodebehuizing
• Vocht mag de behuizing niet binnendringen tijdens de installatie of bediening van het
instrument of bij het uitvoeren van de elektrische aansluiting.
• Het behuizingsdeksel en de kabelwartels moeten goed worden vastgezet.
4.4.4
Afdichting voor flensmontage
LET OP
Onjuiste meetresultaten.
De afdichting mag niet tegen het procesmembraan drukken omdat dit het meetresultaat kan
beïnvloeden.
‣
Waarborg dat de afdichting het procesmembraan niet raakt.
4.4.5
Wand- en pijpmontage (optie)
Zie bedieningshandleiding.
4.4.6
Samenbouw en montage van de uitvoering met "separate behuizing"
Zie bedieningshandleiding.
4.5
Montage van de profielafdichting voor universele procesmon-
tage-adapter
Voor informatie over de montage, zie KA00096F/00/A3.
4.6
Sluit het deksel van de behuizing
LET OP
Instrumenten met EPDM-dekselafdichting - lekkage transmitter!
Smeermiddelen op minerale, dierlijke of plantaardige basis laten de EPDM-dekselafdichting
opzwellen waardoor de transmitter lek raakt.
‣
De schroefdraad is af fabriek gecoat en hoeft daarom niet te worden gesmeerd.
LET OP
Het deksel van de behuizing kan niet meer worden gesloten.
Beschadigde schroefdraad!
‣
Waarborg bij het sluiten van de behuizingsdeksel, dat het schroefdraad van het deksel en
de behuizing schoon zijn en vrij van vervuiling zoals bijv. zand. Wanneer u weerstand voelt
bij het sluiten van de deksel, controleer dan het schroefdraad op beide nogmaals om te
waarborgen dat er geen vervuiling aanwezig is.
Endress+Hauser
Installatie
13