1. Plug
2. Drukmeter
6. Verhoog of verminder met de schakelaar voor de
gebruiksdosis en de gashendel de druk die wordt
aangegeven op de drukmeter, totdat u de gewenste
instelling hebt verkregen
Opmerking: Neem het gas zoveel mogelijk terug om
de gewenste druk te verkrijgen. Dit kunt u doen door
de druk met de schakelaar voor de gebruiksdosis zo
hoog mogelijk te zetten en daarna de gassnelheid in te
stellen totdat u de gewenste druk hebt verkregen.
Opmerking: De maximaal aanbevolen werkdruk
voor het handspuitpistool is 10,34 bar.
Handmatig spuiten
1. Neem de gewenste slanglengte van de haken.
Belangrijk: Trek niet aan de slang met het
spuitpistool. Pak altijd direct de slang vast als u
deze van de haspel rolt. Als u met het spuitpistool
aan de slang trekt, bestaat de kans dat de fitting op
het pistool afbreekt of de slang beschadigd raakt.
2. Ontgrendel de trekker.
3. Richt het spuitpistool op het gebied dat u wilt spuiten,
en haal de trekker over.
4. Laat de trekker en vergrendel deze als u klaar bent met
spuiten.
Figuur 13
3. Plug
4. Schakelaar voor
gebruiksdosis
(Figuur
13).
Van handmatige spuitmodus
op spuitboommodus zetten
1. Druk de schakelaar voor de gebruiksdosis in om de
druk te verlagen.
2. Zet de schakelaar voor de spuitmodus in de stand Uit.
3. Richt het spuitpistool op een gebied waar u veilig kunt
spuiten, ontgrendel de trekker en haal de trekker over
totdat er helemaal geen spuitvloeistof meer in de slang
zit. Vergrendel daarna de trekker.
4. Wind de slang om de haken op de tank en bevestig het
pistool zoals op
9
Figuur
14.
Figuur 14