Hoe kan ik nagaan of er een GPS-logbestand is gemaakt?
verschijnt rechts boven in het scherm in stap 2, indien er een GPS-logbestand
is gemaakt. Indien dit pictogram verschijnt, moet u voorzichtig zijn bij het
formatteren van een geheugenkaart
GPS-logbestanden worden gewist.
Als u de loggerfunctie niet wilt gebruiken, stelt u deze in op [Uit].
Indien [GPS-logger] is ingesteld op [Aan], wordt er ook energie verbruikt als de
camera is uitgeschakeld. Als de camera wordt gebruikt in een omgeving waar
geen GPS-signaal kan worden ontvangen (bijvoorbeeld binnenshuis), kan de
batterij in een halve dag leegraken, zelfs zonder dat u opnamen maakt. Stel in
stap 2 [GPS-logger] in op [Uit] als u de loggerfunctie niet gebruikt, om de batterij
te sparen.
Stel [GPS] in op [Aan].
Volg stap 1 en 2 op
te wijzigen.
Selecteer een instelling.
Druk op de knoppen op of draai aan de
knop  om [GPS-logger] te selecteren
en druk vervolgens op de knoppen qr
om [Aan] te selecteren.
Voltooi de instelling.
Als u op de knop n drukt, krijgt u een
bericht over de loggerfunctie te zien.
Lees het bericht en druk op de knop m.
Schakel de camera uit.
Nadat een bericht over de loggerfunctie
te verschenen op het scherm, wordt de
camera uitgeschakeld.
Ook nadat de camera is uitgeschakeld,
knippert het lampje om aan te geven dat de
loggerfunctie actief is.
Met bepaalde tussenpauzen worden de
locatiegegevens en datum/tijd van het
GPS-satellietsignaal vastgelegd in een
GPS-logbestand.
(pp.
24, 167), aangezien hiermee alle
De GPS-functie gebruiken
p. 105
om de instelling
107