Hoofdstuk 5
h
Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Voer de naam in met behulp van de
toetsen op het LCD-scherm
(maximaal 16 tekens).
Druk op OK.
(Zie Tekst invoeren in appendix C
van de Beknopte
gebruikershandleiding voor hulp bij
het invoeren van letters.)
Om het nummer op te slaan zonder
naam, drukt u op OK.
i
Druk op OK om het weergegeven
telefoon- of faxnummer te accepteren.
j
Wanneer uw instellingen op het LCD-
scherm worden weergegeven, drukt u
op OK om deze te bevestigen.
k
Druk op Stop/Eindigen.
Eéntoetsnummers opslaan
vanuit het
nummerweergavegeheugen
Als u een abonnement hebt op de dienst
Nummerweergave van uw telefoonbedrijf,
kunt u ook ééntoetsnummers opslaan van
inkomende oproepen in het
nummerweergavegeheugen. (Zie
Nummerweergave in hoofdstuk 6 van de
Beknopte gebruikershandleiding.)
a
Druk op
(Oproepoverz.).
b
Druk op het tabblad
Overz.beller-ID.
c
Druk op a of b om het nummer dat u wilt
opslaan weer te geven.
d
Druk op het nummer dat u wilt opslaan.
e
Druk op Meer.
f
Druk op Toevoegen Directkies.
28
g
Om op te geven waar het nummer moet
worden opgeslagen, voert u een van de
volgende handelingen uit:
Om de volgende beschikbare
ééntoetslocatie te accepteren, drukt
u op OK.
Om een andere ééntoetslocatie in te
voeren, drukt u via de toetsen op het
LCD-scherm op een nummer.
Druk op OK.
Opmerking
Als de gekozen ééntoetslocatie al in
gebruik is, werkt de OK-knop op het LCD-
scherm niet. Kies een andere locatie.
h
Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Voer de naam (maximaal 16 tekens)
in met behulp van de toetsen op het
LCD-scherm.
Druk op OK.
(Zie Tekst invoeren in appendix C
van de Beknopte
gebruikershandleiding voor hulp bij
het invoeren van letters.)
Om het nummer op te slaan zonder
naam, drukt u op OK.
i
Druk op OK om het fax- of
telefoonnummer te bevestigen.
j
Wanneer uw instellingen op het LCD-
scherm worden weergegeven, drukt u
op OK om deze te bevestigen.
k
Druk op Stop/Eindigen.