Jaloeziemanagement
6.4. Procedure voor opbouw-montage van de sensor
(afb. G)
1. Leid de sensorkabel (
voetplaat) door de opening (
motorregelmoduul.
2. Leid de kabel rechtstreeks door het kabelkanaal naar de aansluitklem
(
). De kabel dient precies recht in het kabelkanaal te liggen en mag
niet met lussen naar de 230 V AC aansluitklem lopen.
3. Steek de aansluitklem overeenkomstig afbeelding G in het
motorregelmoduul.
7. Inteachen van een draadloze zender
Bij het inteachen van een draadloze zender is de gevoeligheid van een
draadloze ontvanger tot ca. 5 m gereduceerd. De afstand tussen de
zendtoets en de in te programmeren draadloze zender dient derhalve
tussen 0,5 m en 5 m te liggen.
7.1. Procedure
1. Druk beide bedienvlakken van het kapje gedurende ca. 4 s (afb. H)
in, om de programmeermodus te activeren. De programmeermodus
is gedurende ca. 1 min actief en wordt door een pulserende
signaaltoon (afb. I) aangegeven.
Afb. H
2. Genereer met de geselecteerde draadloze zender een radiogram
(afb. J); zie daarvoor de bedieningshandleiding van de draadloze
zender:
Inteachen van een kanaal
Druk de kanaal-toets langer dan 1 s. in.
Inteachen van een lichtscène-toets
Druk de lichtscène-toets langer dan 3 s. in.
Adapter met draadloze ontvanger
) achter de voetplaat (tussen wand en
) in het kabelkanaal (
Art.nr.: ..5232 F..
..5232 FS..
) van het
Afb. G
Afb. I
5